Pagina's

vrijdag 8 juni 2012

Klas 5: Boekverslag, De Zoon uit Spanje, Tessa de Loo

Type verslag: Literatuur of lectuur?


Algemene informatie



Tessa de Loo, De Zoon uit Spanje
©2004, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen
ISBN 90 295 2817 6
173 pagina's



Genre: Roman


Samenvatting
Pa is oud en ziek en heeft nog maar enkele maanden te leven. Zijn vrouw Ida is al lang geleden omgekomen bij een verkeersongeval. Ze hebben samen vier kinderen: Edwin, Hilde, Frank, en Bardo. Bardo heeft op zijn 19e het ouderlijke huis verlaten en is naar Zuid-Europa vertrokken na een ruzie met zijn vader. Bardo had Floor, pas 17 jaar oud en enige tijd daarvoor nog de vriendin van Edwin, bevrucht. Daardoor kwam Floor bij hen inwonen. Pa had het erg moeilijk met gezichtverlies en vertelde in een ruzie dat Bardo nooit meer terug hoefde te komen. En dat heeft hij ook niet gedaan. Hij zocht geen contact meer met zijn vader, maar sprak zijn moeder soms nog wel. Hoewel Bardo vertrokken was bleef Floor daar wonen en werd getroost door Edwin. Haar zoontje leefde maar één dag en later trouwde ze met Edwin. Ze kregen samen één dochter, Steffie.

Omdat Pa zijn verjaardag waarschijnlijk zijn laatste zal zijn willen zijn kinderen iets speciaals doen. Hilde, wie als enige van de kinderen nog contact met Bardo heeft, stelt voor Bardo uit te nodigen voor een laatste familiereünie. Hoewel Edwin er niet blij mee komt Bardo vanuit Spanje naar zijn vader. Bardo blijkt ondertussen een gezin te hebben en twee zoons. Zijn leefstijl verschilt totaal met de leefstijl van zijn broers en zussen. Hij leefde eerst als muzikant en nu verzorgt hij bomen. Hij ziet het leven als één groot avontuur en reist erg veel omdat hij niet van gebondenheid houdt. Als hij reist, heeft hij ook maar enkele bezittingen op zak en hij gaat waar de wind hem brengt. 
Steffie is zwaar onder de indruk van haar oom, maar haar vader, Edwin, stelt zich erg vijandig op. Hij is erg materialistisch ingesteld en vreest natuurlijk dat zijn vrouw weer voor Bardo zal vallen. Floor is op dat moment erg ongelukkig en gebruikt verschillende antidepressiva. 
Pa heeft verzorging nodig, maar wil zijn laatste maanden niet in een verzorgingstehuis doorbrengen. Omdat alleen Hilde enkele dagen in de week kan helpen stelt Bardo voor die taak op zich te nemen. Hij heeft alle tijd en kan zo een deel van de verloren tijd met zijn vader inhalen. Dit leek de perfecte oplossing. Bovendien ziet Bardo sterven, net als leven, als een groot avontuur. Hij belooft ook de apparatuur stil te zetten op het moment dat Pa het wil, zodat hij pijnloos kan sterven. Daardoor ziet Pa er minder tegen op en voelt zich een stuk geruster.
Na het feest blijven Bardo en Floor alleen achter. Het oude vuur tussen hen laait weer op, ze bedrijven in de huiskamer de liefde, en voor het eerst in tijden is Floor weer gelukkig. Edwin, ongerust waar zijn vrouw zo lang blijft, gaat naar het huis van Pa terug en treft daar Floor en Bardo beide naakt en slapend aan… voor de tweede keer in zijn leven. Hij wordt woest en loopt weg. 
De volgende ochtend belt hij Hilde en Frank vroeg wakker en gaat met hen naar Pa. Daar aangekomen wordt hij net geschoren door Bardo en ziet er zielsgelukkig uit. Edwin is boos op Bardo en er ontstaat een ruzie. Edwin beschuldigt Bardo voor overspel met zijn vrouw en Bardo beschuldigt Edwin voor verwaarlozing van zijn vrouw. Hoewel Frank medelijden heeft met zijn vader doet hij er niks tegen. Halverwege de ruzie komt Floor binnen, maar die maakt het er niet makkelijker op. Edwin eist dat Bardo vertrekt en dat doet hij ook. 

Floor besluit Bardo achterna te reizen zodra Steffie klaar is met haar schooljaar. Steffie vindt het een goed idee en wil haar neefjes dolgraag zien. Ze zwijgen daarom beide tegen Edwin. Steffie vindt het wel erg moeilijk haar opa achter te laten, omdat de kans dat hij sterft terwijl ze in Spanje is, vrij groot is. 
Op het moment dat ze naar Spanje vertrekken laat Floor een afscheidsbrief voor haar man achter. Daarin schrijft ze dat ze niet meer van hem houdt en naar haar hart moet luisteren. 

Pa heeft altijd gesprekken gevoerd met Ida, zijn overleden vrouw. Hij vertelde tegen haar over heel zijn leven en bedacht zelf haar antwoord terug. Hoewel hij eigenlijk niet echt in het hiernamaals gelooft, verteld hij Ida op zijn sterfmoment toch dat hij eraan komt. Helaas stierf hij in een ziekenhuis met kale, witte muren. Hoe lang hij daar heeft gelegen en wie hem verzorgd heeft wordt niet verteld. 





Verwerking
Bij het bepalen of dit boek onder literatuur of lectuur valt, heb ik de volgende definities aangehouden:



"Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Het is dus een
verzamelnaam voor boeken, stripboeken, pamfletten, tijdschriften en kranten. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere, populaire vorm van geschreven fictie. De rest van dit artikel behandelt lectuur in deze zin. Lectuur wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele verhaallijnen, oppervlakkig getekende personages, weinig vernieuwend in schrijftechniek. In tegenstelling tot de karakters in literatuur, zitten in lectuurstereotypen die altijd oppervlakkig blijven. Ze veranderen niet in het verhaal. De bekendste vormen van lectuur zijn stationsromannetjes met clichématige liefdesverhalen als onderwerp. Lectuur of pulp staat tegenover literatuur. Lectuur wordt soms aangeduid als massaliteratuur, ontsnappingsliteratuur, triviaalliteratuur, amusumentsliteratuur of populaire literatuur. Daaronder vallen dokters-, liefdes-, sciencefiction-, wildwest- en misdaadromans, maar ook vele week- en maandbladen vallen onder deze noemer."


"Literatuur is een evaluatieve term die een waardeoordeel inhoudt. Dit waardeoordeel
varieert naargelang plaats en tijd. De vraag is dus niet zozeer “wat is literatuur?” als “wat
wordt als literatuur beschouwd?”. Het begrip literatuur definiëren draait dus niet zozeer om de term zelf als om de sociaal-culturele achtergrond van degenen die het willen definiëren. Literatuur betekent steeds iets anders naargelang plaats en tijd. Hieronder 5 mogelijke definities van literatuur met daarbij een bedenking:
- literatuur = fictie. Ook niet fictionele teksten worden echter soms als literatuur beschouwd en veel fictionele teksten worden niet als literatuur beschouwd.
- literatuur = bijzonder taalgebruik. Een probleem hierbij is dat bijzonder of te poëtisch
taalgebruik ook in de reclame gebruikt wordt wat het minder bijzonder maakt.
- literatuur = esthetisch, niet-pragmatisch, maar de inhoud is in literaire werken ook van belang.
- literatuur = wat door kenners als literatuur beschouwd wordt.
- literatuur = lezenswaardige teksten"



Een boek wordt literair als het afstand neemt van het normale en toetreedt tot het delicate. Ik denk dat ik met dit 'axioma' de spijker op de kop sla. 
In mijn voldoening van het bedenken van het voorgaande, zou ik graag willen beginnen met de analyse van het boek en stel dan ook meteen: De Zoon uit Spanje, geschreven door Tessa de Loo, is ongetwijfeld literatuur.

Het boek is estethisch en niet-pragmatisch. De inhoud speelt in het verhaal ook een grote rol, maar dit gaat niet ten koste van het kunstzinnige en dat maakt het erg mooi. Het boek neemt onverwachte wendingen en houdt je op de hoogte van allerlei familie-intriges, dusdanig dat het niet voorspelbaar wordt. Dit is een belangrijk aspect voor een literair geschrift.

Verder is bijzonder taalgebruik overvloedig aanwezig in het boek. Je merkt duidelijk dat het een mooie, niet-alledaagse manier van taalgebruik is. Een citaat: 
"Alleen heb ik in plaats van een anonieme slapende priester liever een wakkere gesprekspartner op leeftijd, wiens mening ik hoogacht en die me van repliek dient. Iemand die ook van een goed glas houdt, maar toch helder genoeg blijft om op zijn beurt op te biechten wat ook hij in zijn leven in de omgang met anderen liever beter gedaan zou hebben, wanneer hem ene tweede kans was geboden. (…) Want dat we vanaf onze geboorte tot aan onze dood zijn voorbestemd de ene vergissing na de andere te begaan en dat alleen de wil er iets van te leren ons leven zin geeft."

Tot slot is het boek fictief, wordt het door kenners als literatuur beschouwd en is het absoluut lezenswaardig. Dit in combinatie met bovenstaande argumenten plus het feit dat het totaal niet in overeenstemming met de definities van lectuur overeenkomt, maakt dat ik het boek als volwaardig literair beschouw en ik kom dan ook op het volgende eindoordeel:





dinsdag 29 mei 2012

Klas 5: Betoog Verlichting, Kleine Gedigten voor Kinderen, Hieronymus van Alphen

Algemene gegevens
Hieronymus van Alphen, Kleine Gedigten voor Kinderen 
Eerste druk 1778
(J.G. van Terveen, Utrecht?)




Verslag


De verlichting in Nederland besloeg ongeveer de tweede helft van de 17e en de rest van de 18e eeuw. De stroming heeft als belangrijke pijlers rationaliteit en humanisme. In deze zelfde tijd, om precies te zijn 1778, werd door Hieronymus van Alphen Kleine Gedigten voor Kinderen uitgebracht, een verzamelbundel van moraliserende gedichten bedoeld voor kinderen. De bundel bestond uit drie eerder verschenen werken, waarvan de laatste twee een vervolg waren op het succesvolle, veelvuldig verkochte eerste deel.
Deze gedichten waren oorspronkelijk bedoeld voor Van Alphens eigen kinderen, maar omdat deze er zo weg van waren, besloot Van Alphen ze ook uit te geven. Meer dan twee eeuwen lang heeft Kleine Gedigten voor Kinderen een niet te onderschatten invloed gehad op het opvoedingsproces van kinderen in Nederland en het vormde belangrijke kinderliteratuur.


Naar mijn mening is Kleine Gedigten voor Kinderen een werk dat behoort tot de literaire stroming van de verlichting. Hiervoor zijn enkele argumenten aan te wenden.
Ten eerste is uit de gedichten van Van Alphen duidelijk op te merken dat hij streeft naar orde en regulering, in dit geval van de samenleving. Het doel van de schrijver is het bijdragen in de opvoeding van het kind en diens ontwikkeling naar een goed functionerend en handelend persoon in de gemeenschap volgens de in die tijd heersende moraal. Deze orde en regulering zijn een belangrijk kenmerk van de verlichting. Het bovenstaande kan worden bewezen met een van de beroemdste gedichten van Van Alphen:



De pruimeboom
Eene vertelling
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.



Hier is duidelijk het moraliserende proces te bemerken; Van Alphen probeert bij te dragen aan de opvoeding van kinderen.


Hierop sluit het volgende mooi aan: in de verlichting sprak men van de noodzakelijke aanwezigheid van een rationele en universele moraal, geldig voor het handelen van alle mensen op aarde en onafhankelijk van een godsdienst, die onder elke omstandigheid zou moeten worden nageleefd en gestimuleerd. Vooral dit laatste is goed terug te zien in dit boek van Van Alphen. Aanhangers van de verlichting hechtten grote waarde aan populariserend en pedagogische manieren om hun ideeën te verkondigen en dit boek is hier een goed voorbeeld van.


Tot slot is de 'tabula rasa' een belangrijke eigenschap van de periode van de verlichting. Een mens is bij diens geboorte een onbeschreven lei en wordt gevormd door opvoeding en overig milieu. Ook bij Van Alphen komt dit duidelijk naar voren. De gedichten gaan namelijk over allerhande pedagogische dingen. Dit blijft niet allen bij pruimen stelen, maar loopt uiteen van leren ("Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?") tot eerlijk zijn ("Kom Keesje lief! hou op met krijten, Zei moeder toen: 'k Wil u dien misslag niet verwijten, Hij kreeg een zoen.")


Dit alles vormt evident bewijs dat de verzamelbundel Kleine Gedigten voor Kinderen van Hieronymus van Alphen te scharen is onder de literatuur van de verlichting. Er wordt gesproken van het naleven van regels, het naleven en stimuleren van de universele moraal en de welbekende tabula rasa en dit zijn enkele van de belangrijkste onderwerpen van het verlichte gedachtegoed. Van Alphens gedichten hebben nog lang invloed gehad op de pedagogiek in de Nederlandse samenleving en dit laat de waarde die aan het werk werd toegekend duidelijk zien. Tegenwoordig zouden de gedichten echter minder van toepassing zijn, omdat het gedachtegoed enigszins achterhaald is. 
Desalniettemin is met het bovenstaande bewezen dat Kleine Gedigten voor Kinderen inderdaad behoort tot de verlichting en hoewel de boodschap erachter er tegenwoordig misschien minder toe doet, is het nog steeds zeer vermakelijk om de gedichten eens door te lezen en ik beveel dit dan ook van harte aan.

Klas 5: Betoog romantiek, Max Havelaar, Multatuli

Type verslag: Stromingsbetoog romantiek.

Algemene informatie
Multatuli, Max Havelaar

Eerste druk 1860 
Zesde hertaalde druk, december 2011
©Gijsbert van Es, NRC Boeken
ISBN 978 90 79985 15 9
320 pagina's

Genre: Roman


Verslag
Max Havelaar of de koffiveilingen van de Nederlandsche Handels-Maatschappij kwam uit in 1860. Het is een semi-autobiografische roman geschreven door Eduard Douwes Dekker, beter bekend onder het pseudoniem Multatuli (Latijn: ik heb veel gedragen.) Hij is één der belangrijkste schrijvers uit de Nederlandse romantiek. 
Het verhaal begint als Droogstoppel, een koffiehandelaar uit Amsterdam, in het bezit komt van documenten met informatie betreft Nederlands-Indië, van ene Sjaalman, welke later Max Havelaar blijkt te zijn. Hij schrijft met behulp van deze Sjaalman en Stern, de zoon van een zakenrelatie uit Duitsland, die hij onderdak biedt, een boek. In dit boek uit Max Havelaar, assistent-resident van Lebak, een gebied op het Indonesische eiland Java, zijn ontevredenheid over de manier waarop de inlanders worden behandeld door het Nederlandse regime in Nederlands-Indië.

De roman werd geschreven in de romantiek. Deze periode liep ongeveer van 1770 tot 1880. De stroming is een reactie op verschillende voorgaande stromingen. Het verwerpt de strakheid van de verlichting en het accent ligt niet meer op het verstand zoals in het rationalisme, maar juist op het gevoel en de fantasie. Romantici waren niet tevreden met (de regels van) het huidige bestuur, zowel politiek als cultureel, en zodoende vertoonde men vaak vluchtgedrag. Een geliefd toevluchtsoord voor de romanticus was de natuur, waar hij zich verder dan de mensen verwijderd kon voelen en dichter bij het eeuwige. 
Andere mogelijkheden voor een romanticus om de werkelijkheid te ontvluchten waren het verleden, de godsdienst, humor die zich kon uiten in zelfspot, ironie en sarcasme. Ook de dood fascineerde romantici. Typerend voor de romanticus was dat hij graag zijn eigen persoonlijkheid zo scherp mogelijk afbakende tegenover de ‘burgers’, die zich aan de regels en de fatsoensmoraal van de maatschappij aanpasten. 
Het voornaamste kenmerk van deze periode is het verlangen om zich via het gevoel zo volledig mogelijk uit te leven. Vaak schiep de schrijver zich hierbij een gefantaseerde, tweede werkelijkheid, teleurgesteld als hij was door de alledaagse werkelijkheid om zich heen. 

Het boek Max Havelaar behoort tot de stroming der romantiek. Dit is gemakkelijk te zien aan verscheidene zaken. 
Ten eerste blijkt dit uit het feit dat het personage Max Havelaar, de hoofdpersoon, zelf een romantisch mens is. Dit is sterk op te maken uit de karakterbeschrijvingen die van hem worden gegeven. Hij is “ridderlijk en moedig”, hij wil onrecht herstellen, hij is gevoelig voor liefde en aanhankelijkheid en hij heeft onvrede met de huidige samenleving, bestuur en gemeenschapsmoraal. Dit zijn eigenschappen die wijzen op een romantisch persoon. Deze worden nog eens extra versterkt door de contrastering met het karakter Droogstoppel, die bijna totaal tegengesteld is aan dat van Max Havelaar.

Ook wordt in het boek duidelijk het gevoel boven de ratio, het verstand, geplaatst. Er wordt in het boek voortdurend sympathie gewekt voor Max Havelaar en Stern en een afkeer voor de rationalistische Droogstoppel. ("Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary. Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen…ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffie en verdwyn!") Dit afstoten van het rationalisme is een wezenlijk kenmerk van de romantiek.

Tot slot vinden wij een evident bewijs voor de stelling in de overvloedige aanwezigheid van opstandigheid en ontevredenheid. Het begin van het boek is gelijk al een aanklacht en brengt duidelijk de spelende onrechtvaardigheid in beeld. Daarna is er natuurlijk de kern van het boek, waarin Max Havelaar zijn ontevredenheid over de behandeling van de inlanders in Nederlands-Indië beschrijft en daar uiteindelijk ook tegen in opstand komt door een aanklacht in te dienen tegen de regent Karta Nata Negera bij de gouverneur-generaal. (Hij krijgt geen gelijk dus hij voelt zich gedwongen ontslag te nemen en hij gaat weer terug naar Europa, wegvluchtend van zijn problematische tijd in Nederlands-Indië). Het boek is geschreven vanwege Multatuli’s onvrede met de situatie in Nederlands-Indië op dat moment, deze onvrede en het uiten van deze onvrede door opstandigheid is zeer typerend voor de romantiek.

Er zijn lieden die beweren dat de Max Havelaar tot de in die tijd opkomende stroming van het realisme moet worden gerekend. De roman bevat immers ook enkele kenmerken van deze stroming. In de romantiek was het gewoonlijk om de ontevredenheid te uiten in een onwerkelijke para-wereld, het verleden of de natuur, maar in deze roman wordt heel nauw de werkelijkheid weergegeven: de schrijver heeft een wereld gecreëerd die duidelijk gebaseerd is op de waarheid.

Ondanks dat er ook een deel realisme aanwezig is, is Max Havelaar van Multatuli echter toch overduidelijk grotendeels representatief voor het gedachtegoed van de romantiek, want de hoofdpersoon is in veel opzichten een romantisch mens, in het boek wordt het gevoel duidelijk boven de ratio geplaatst en het is geschreven uit onvrede, die ook duidelijk in het boek naar voren komt. 
Als u op zoek bent naar een klassiek boek, goed geschreven en vooral origineel, dan kan ik u vertellen dat dit de dochter is van het Nederlandse, romantische literatuurgedachtegoed, welke ik u ten zeerste aanraadt minstens ééns te lezen.







donderdag 12 januari 2012

Klas 5: Boekverslag, Het Leven is Vurrukkulluk, Remco Campert



Type verslag: Stromingsboek.

Algemene informatie

Remco Campert, Het Leven is Vurrukkulluk
©1961, De Bezige Bij, Amsterdam
Eerste druk 1961
Eenendertigste druk, oktober 2011
ISBN 978 90 596 5146 3
170 pagina's

Genre: Roman

Samenvatting
Mees en Boelie wandelen op zondagmorgen door een park in Amsterdam, waar Mees het vijftienjarige schoolmeisje Panda oppikt. Gedrieën slenteren ze wat rond, kijken naar de eenden en kopen een ijsje. Een nieuwsgierige grijsaard volgt hen naar een uitspanning, waar ze zitten om een biertje te drinken. Panda gaat naar een openbaar toilet, waar ze een woordenwisseling heeft met Rosa Overbeek, de oude dame die daar toezicht houdt.
Intussen gaat de grijsaard, ondanks zijn smalende opmerkingen aan het adres van de moderne jeugd, bij Mees en Boelie zitten. De jongelui besluiten naar het huis van Mees te gaan dat vlak bij het park ligt. De grijsaard wil hen ook daarheen volgen, maar ze slaan hem eensgezind neer. Terwijl hij bewusteloos in het gras ligt, berooft Panda hem van de tweehonderd gulden die hij in zijn schoen verborgen hield. 'Heb je zo'n pijn aan je voeten, opa?' riep ze zorgzaam uit, ten behoeve van de tot tranen toe geroerde voorbijgangers, 'Verdomd', zei Panda en haalde twee biljetten van honderd uit opa's linkerschoen. Met een snel gebaar stopte ze het geld tussen haar borstjes. Thuis aangekomen maakt Mees aanstalten Panda te versieren, die daar geen bezwaar tegen heeft. Om van Boelie af te komen, herinnert Mees hem aan een afspraak die hij in hotel Asiatique met een journalist heeft. Nauwelijks is Boelie vertrokken, of Mees en Panda gaan uitgebreid met elkaar naar bed. In dit hoofdstuk krijgen we een terugblik op de eenzame jeugd van Mees, zijn ervaringen als pianist in kroegen en zijn mislukte pogingen om een liefdesrelatie op te bouwen.
Boelie wordt intussen geïnterviewd door de journalist Ernst-Jan Zoon, die Boelie na afloop vertelt dat hij zijn vrouw, Etta, ervan verdenkt een minnaar te hebben. Hij vraagt Boelie uit te zoeken of zijn vermoeden juist is. Samen gaan ze naar het huis van Ernst-Jan en Etta, waar Ernst-Jan naar een uitzending van een voetbalwedstrijd (Nederland-België) gaat luisteren, terwijl Boelie Etta gezelschap houdt in de tuin. Voornamelijk om een eind te maken aan zijn innerlijke onzekerheid besluit Boelie om Etta te verleiden. Samen gaan ze het huis van de buren in, die een autoritje aan het maken zijn, maar ze worden verrast door hun onverwachte terugkomst, Boelie redt hun uit hun benarde situatie door een verzinsel over gaslucht.
Intussen is de grijsaard in het park bijgekomen en hij merkt tot zijn schrik dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die alles heeft gezien, biedt de oude man aan de drie jongelui op te sporen. Eerst wantrouwt de grijsaard hem, maar tenslotte neemt hij Tjeerds aanbod aan. Tjeerd neemt de grijsaard, die Kees blijkt te heten, mee naar zijn oudtante Rosa Overbeek, de juffrouw van het openbaar toilet, die mogelijk goede adviezen kan geven over wat ze kunnen doen. De grijsaard ontdekt dat Rosa een schoolvriendinnetje van hem is geweest. Tjeerd ziet dat hij overbodig is geworden, omdat de twee oude mensen helemaal in elkaar opgaan en Kees is de belangstelling voor het verloren geld heeft verloren.
Mees en Panda besluiten een feest te geven van het geld waarvan ze de grijsaard beroofd hebben. Met dat doel gaan ze naar de drankwinkel van Jens. Terwijl 's avonds het feest in het huis van Mees en Boelie in volle gang is, de muziek dendert en glaswerk sneuvelt, komt Tjeerd Overbeek aanlopen en blijft voor het hek staan, niet goed wetend wat te beginnen. Tegen zijn zin in, wordt hij door een dronken feestganger naar binnen geloodst, verdwaasd door de ongelooflijke chaos in een wereld die hem totaal vreemd is. Etta, die stomdronken is, maakt een scène met haar man en laat zich door Boelie naar een bed in de zolderkamer leiden. Panda wordt door Jens in zijn auto naar huis gebracht. Mees kijkt toe hoe een jongen, een paraplu als valscherm gebruikend, uit het zolderraam de tuin in springt en statig naar beneden zweeft. Op dat ogenblik voelt Mees een ongekend gevoel van geluk door zijn lichaam stromen.


Verwerking

De stroming van het boek is heel duidelijk het realisme. Terwijl je verder komt in het boek, kom je telkens weer momenten tegen die hierop wijzen.
De belangrijkste kenmerken van het realisme zijn dat het verhaal zich in het hier en nu afspeelt, dat de schrijver zich probeert in te leven in zijn of haar personages om zo een zo realistisch mogelijk beeld te geven en dat de schrijver een volstrekt objectieve en realistische weergave probeert te geven aan de hand van uitgebreid vooronderzoek. Het verhaal wordt ook vaak deels gebaseerd op een echte gebeurtenis of zelfs een persoonlijke ervaring van de schrijver.

Deze aspecten kun je na enigszins moeite te hebben alle terugzien in het boek. Door het hele boek heen merk je, ondanks de toch onwaarschijnlijke gebeurtenissen die het verhaal soms kent, dat de schrijver zijn best doet om alle gebeurtenissen betrouwbaar over te laten komen en zijn realistische achtergrondidee naar voren te laten komen.

“Ik heb een hekel aan fantastische vertellingen. Sprookjes, dromen, saai-jans-fiction, de hele boel kan me gestolen worden.'
'Waarom, meisje?'
'Het gewone dagelijkse leven is al fantastisch genoeg.'
'Kind, kind,' de juffrouw hief de handen geschrokken ten plafond, 'waar haal je die onzin vandaan! Straks ga je nog zeggen dat de werkelijkheid fantastischer is dan een roman.”

In het bovenstaande gesprek spreekt Panda met de toiletjuffrouw. Je ziet twee totaal verschillende meningen geuit worden, die beide door dezelfde schrijver zijn bedacht en omdat zijn voorkeur voor één mening niet naar voren komt en door de beschouwende aard van deze passage wordt duidelijk dat het hier om het realisme gaat. Niet om het naturalisme, want die stroming heeft vaak de neiging om zich daadwerkelijk tégen de romantiek te keren, jan-met-de-pet centraal te stellen en uitgesproken kritiek te geven op de huidige maatschappij. Het is duidelijk dat dat hier niet het geval is. Ondanks dat de schrijver zijn best doet om de maatschappij van dat moment soms in zijn raarste vormen weer te geven, is het duidelijk dat zijn bedoeling niet was deze door die rare gebeurtenissen voor debiel te verklaren, maar heel objectief weer te geven en, je zou bijna zeggen, het als een voorlichting voor andere mensen over de jaren '60 te bedoelen.

“Waarom zou hij zich verzetten? Uit morele overwegingen? Kom nu; als je daaraan deed, kon je beter de rest van je leven thuis blijven zitten met dichtgespijkerde ramen en de deur op de grendel - dan had je een kleine kans dat je een fatsoenlijk mens bleef; alleen was er dan niemand die wist hoe fatsoenlijk je was.”

Uit dit citaat blijkt heel duidelijk de 'desaffectie' van de schrijver voor de romantiek. Het hiervoor kenmerkende vluchtgedrag wordt namelijk ontkracht en onverantwoord genoemd. Dit is een monoloog van de schrijver en niet een gesproken tekst van een van de personages. Vooral aan de woorden "Kom nu;" kun je je zien dat de schrijver dit duidelijk meent en het onzin vindt dat je zou vluchten voor je problemen, je zou ze juist op moeten lossen. Deze gedachtegang is typerend voor het realisme.

“Ik verveel me niet. Ik ben ongelukkig.'
'Omdat je in geluk gelooft. Iedereen die in geluk gelooft is ongelukkig.”

Als laatste citaat nog een heel nuchtere. De opkomende nuchterheid in eind jaren '50 in Nederland en ook de rest van de wereld, laat zich eigenlijk nooit - zij het bedoeld of onbedoeld - in positieve zin uit over de romantiek. Vluchtgedrag, donkerheid en bepaalde euforie over de liefde worden door uitspraken van nuchtere mensen vaak snel ontkracht. De verteller van de eerste zin, een getrouwd meisje dat wordt verleid door Boelie - getrouwde prooien zijn immers veel interessanter dan ongetrouwde, voelt zich heel zielig en gaat geloven dat ze depressief is. Boelie, net als Mees een typisch kind van de jaren '50 en '60, vertelt dat ze dan ook maar niet in de sprookjes van het geluk moet geloven. Hij zegt als het ware "Denk nu eens na over wat je moet doen, want rare toevalligheden als geluk bestaan niet. Dus vlucht nu niet weg voor je problemen door in een hoekje over je leven te gaan zitten klagen, maar los het op, maak er iets van."


Het was mij dus duidelijk om welke stroming het in dit boek ging. Ik kan dan ook vertellen dat dit zelfs een uiterst typerend boek is voor die stroming en daarom schat ik de exponentiële waarde van Het Leven is Vurrukkulluk binnen het realisme hoog in.
Het is leuk om te zien, (hoewel vaak ook moeilijk te begrijpen op het moment van lezen,) dat Campert als het ware een brug probeert te slaan tussen de oudere, eerdere generatie en de jongere, nieuwe generatie, door de situatie in de samenleving weer te geven zoals hij zelf vindt dat deze op het moment is, maar ook door het gebruik van nieuwe woorden voor die tijd en dat vaak op fonetische manier gespeld. Zoals in het eerste citaat het woord "saai-jans-fiction" wordt genoemd en elders in het boek onder andere "Marie-Johanna", beter bekend als marihuana. Doordat af en toe opééns dit soort fonetisch gespelde, 'nieuwe' woorden in het boek staan, wordt het boek leuker om te lezen door de vaak grappige anekdotes die bij zo'n woord verteld worden.

Kortom, het boek is een experimentele roman, die voor verandering heeft gezorgd in Nederland en zijn literatuur - het is immers niet voor niets verkozen tot het boekenweekgeschenk van 2011 - en zonder enige twijfel thuishoort tussen de klassiekers van het realisme.

woensdag 2 november 2011

Klas 5: Boekverslag, Het Bittere Kruid, Marga Minco

Type verslag: Oordeelvorming.


Algemene informatie:


Marga Minco, Het Bittere Kruid

©1957, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

Eerste druk mei 1957

Drieënveertigste druk mei 2001

ISBN 90 351 2330 1

90 pagina's


Genre: Novelle


Samenvatting

Marga komt met haar ouders terug in Breda, nadat ze waren gevlucht voor de Duitsers. Haar vader vindt het nog niet nodig om voor de Duitsers onder te duiken, omdat hij denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Vroeger al was Marga lastig gevallen door kinderen omdat ze joods was, en ook kon ze herinneren dat er altijd afstandelijk en bang werd gedaan als ze bijvoorbeeld iemand uitnodigde om naar binnen te komen. Ze vindt het ook moeilijk dat alles onder de bezetting verboden was. Toen Marga het eerste jaar van de oorlog ziek werd, verhuisde de familie naar Amersfoort en trokken bij haar broer Dave en zijn vrouw Lotte gingen inwonen. Marga moest kuren ondergaan in het ziekenhuis. Op een dag komt vader thuis met de sterren die goed worden ontvangen door iedereen.
Vader en Dave krijgen een oproep voor het werkkamp, maar worden beide afgekeurd, omdat vader huidaandoeningen heeft en Dave iets uit een flesje heeft genomen dat hem ziek maakte. Een niet-joods buurmeisje neemt, bij een bezoek om een tennisracket een heleboel van Marga's spullen mee, omdat zij ze mooi vindt en Marga zegt dat ze ze mee mag nemen, want zij zal er waarschijnlijk toch geen gebruik van maken als ze weggaat. Om hen heen duiken steeds meer mensen onder. Toch wil vader nog niet onderduiken, ondanks dat er wel razzia's worden gehouden. Ook Bettie wordt door de razzia's opgepakt.
Als Marga, Dave en Lotte een oproep krijgen, komen ze daar onderuit door de dokter een attest achtergelaten had voor Marga en Dave. Lotte mocht blijven om Marga en Dave te verzorgen. Marga's ouders moesten in een ghetto in Amsterdam gaan wonen, omdat ze over de vijftig waren.
Op een dag heeft Marga genoeg van het rondlopen in haar pyjama de hele dag. Ze gaat met de trein, wat zeer gevaarlijk was, naar Amsterdam om haar ouders op te zoeken. Veel mensen om hen heen duiken onder, maar de familie van Marga nog steeds niet omdat ze er het geld niet voor hebben en omdat vader optimistisch blijft en hoopt dat het misschien niet nodig zou zijn. Dave en Lotte wonen inmiddels ook in Amsterdam en naar hen gaat ze als haar ouders op een avond door de Duitsers worden opgepakt en zij nog net door de achterdeur kan ontglippen. Omdat haar identiteitspas in handen was gekomen van de Duitsers ( hij zat nog in haar jas, die ze in het huis van haar ouders had moeten laten hangen) onderging Marga een metamorfose; haar haar werd gebleekt. Toch besluiten ze om naar Utrecht te gaan om daar onder te duiken, maar op het station worden Lotte en Dave opgepakt. Marga redt het naar Utrecht, maar kan niet bij het onderduikadres terecht. Ze gaat weer terug naar Amsterdam en wordt daar door een jongen, Wout, geholpen met een ander adres te zoeken. Omdat er of weinig plaats was, of omdat ze moest betalen en haar geld opraakte, moest Marga een aantal keren van onderduikadres wisselen. Tot na de oorlog verblijft ze in Heemstede. Na de oorlog gaat ze haar oom en tante opzoeken in Zeist. Zij zijn niet opgepakt omdat haar tante Nederlands was. Haar oom kon nog steeds niet begrijpen dat zijn familie allemaal dood was en ging ook elke dag naar de tramhalte om te kijken of ze niet toevallig langs kwamen. Toen haar oom gestorven was en Marga haar tante nog eens op ging zoeken zag ze ook de tramhalte waar hij altijd had gezeten. Alleen zij beseft wel dat noch haar ouders noch Bettie, Dave of Lotte ooit terug zouden komen.


Persoonlijke mening en onderbouwing


Het Bittere Kruid is een mooi en (zeker voor die tijd) vernieuwend boek, waarin de joodse cultuur en de eigen ervaringen van de schrijfster een grote rol spelen. Vernieuwend, omdat de opbouw zeer origineel is: de lezer volgt de hoofdpersoon vanaf en tot een bepaald moment in haar leven. Dan is het verhaal eigenlijk afgelopen, maar volgt er een epiloog die nog een klein tijdsbestek overlapt. De eerste verhaallijn loopt in het eerste jaar van de oorlog, de tweede als de oorlog juist afgelopen is. Dit effect geeft de lezer een gevoel dat je ook bij bepaalde poëzie kunt krijgen, beter bekend als "Huh?" Deze vorm van opbouw was mij in proza nog redelijk onbekend en stond mij erg aan.

Het verhaal wekt ook emoties op: ik kreeg echt een vervelend gevoel in mij. Waar was de mens mee bezig? Het eeuwige reizen omdat je vervolgd wordt, de mensen die zeggen "Je kunt hier echt niet blijven..." Ik heb ook een breder beeld gekregen van het type mens in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Deze mens was anders, deels door de tijd waarin hij leefde, deels door de verbittering van de oorlogstijd. Het zuinige, doch gulle. Het vriendelijke, doch norse. Het wrede én menslievende. Tegenstellingen en paradoxen vliegen je om de oren. Dit maakt het verhaal levendiger, en dus mooier.

Interessant om te melden is ook dat er door de schrijfster absoluut geen meningen worden gegeven en nu ik dit schrijf en nalees, wordt mij ineens een bijzonder aspect van het boek duidelijk: helemaal nergens wordt door haar ook maar íets negatiefs gezegd over de Duitsers. Het enige wat in het boek staat, is het verhaal van een 10-jarig meisje in de Tweede Wereldoorlog. Uniek.

Ook omdát het slechts een ooggetuigenverslag is, draagt dit bij aan de realiteit en waarschijnlijkheid van het verhaal. Het komt recht en persoonlijk op de lezer over. De enige bedoeling die in het boek wordt uitgelicht, is de visie van een jong, weliswaar joods meisje over de Tweede Wereldoorlog, maar het blijft desondanks strikt objectief. Door deze ongekende manier van schrijven sprak dit boek mij erg aan. Het is ook zonder twijfel dat dit boek onder de literatuur moet worden geschaard, want afgezien wan de beperkte lengte en de redelijk eenvoudige manier van schrijven, (hoewel de woordkeuze van 1957 met haar dure woorden altijd mooi overkomt,) draagt het boek vernieuwende elementen en kenmerken van goede poëzie met zich mee. Mee door een land met geschiedenis, dat de Oorlog waarschijnlijk nooit geheel zal herinneren zoals hij werkelijk was, maar dit boek heeft me ervan overtuigt dat dit toch wel erg in de buurt ligt.