Pagina's

dinsdag 29 mei 2012

Klas 5: Betoog Verlichting, Kleine Gedigten voor Kinderen, Hieronymus van Alphen

Algemene gegevens
Hieronymus van Alphen, Kleine Gedigten voor Kinderen 
Eerste druk 1778
(J.G. van Terveen, Utrecht?)




Verslag


De verlichting in Nederland besloeg ongeveer de tweede helft van de 17e en de rest van de 18e eeuw. De stroming heeft als belangrijke pijlers rationaliteit en humanisme. In deze zelfde tijd, om precies te zijn 1778, werd door Hieronymus van Alphen Kleine Gedigten voor Kinderen uitgebracht, een verzamelbundel van moraliserende gedichten bedoeld voor kinderen. De bundel bestond uit drie eerder verschenen werken, waarvan de laatste twee een vervolg waren op het succesvolle, veelvuldig verkochte eerste deel.
Deze gedichten waren oorspronkelijk bedoeld voor Van Alphens eigen kinderen, maar omdat deze er zo weg van waren, besloot Van Alphen ze ook uit te geven. Meer dan twee eeuwen lang heeft Kleine Gedigten voor Kinderen een niet te onderschatten invloed gehad op het opvoedingsproces van kinderen in Nederland en het vormde belangrijke kinderliteratuur.


Naar mijn mening is Kleine Gedigten voor Kinderen een werk dat behoort tot de literaire stroming van de verlichting. Hiervoor zijn enkele argumenten aan te wenden.
Ten eerste is uit de gedichten van Van Alphen duidelijk op te merken dat hij streeft naar orde en regulering, in dit geval van de samenleving. Het doel van de schrijver is het bijdragen in de opvoeding van het kind en diens ontwikkeling naar een goed functionerend en handelend persoon in de gemeenschap volgens de in die tijd heersende moraal. Deze orde en regulering zijn een belangrijk kenmerk van de verlichting. Het bovenstaande kan worden bewezen met een van de beroemdste gedichten van Van Alphen:



De pruimeboom
Eene vertelling
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.



Hier is duidelijk het moraliserende proces te bemerken; Van Alphen probeert bij te dragen aan de opvoeding van kinderen.


Hierop sluit het volgende mooi aan: in de verlichting sprak men van de noodzakelijke aanwezigheid van een rationele en universele moraal, geldig voor het handelen van alle mensen op aarde en onafhankelijk van een godsdienst, die onder elke omstandigheid zou moeten worden nageleefd en gestimuleerd. Vooral dit laatste is goed terug te zien in dit boek van Van Alphen. Aanhangers van de verlichting hechtten grote waarde aan populariserend en pedagogische manieren om hun ideeën te verkondigen en dit boek is hier een goed voorbeeld van.


Tot slot is de 'tabula rasa' een belangrijke eigenschap van de periode van de verlichting. Een mens is bij diens geboorte een onbeschreven lei en wordt gevormd door opvoeding en overig milieu. Ook bij Van Alphen komt dit duidelijk naar voren. De gedichten gaan namelijk over allerhande pedagogische dingen. Dit blijft niet allen bij pruimen stelen, maar loopt uiteen van leren ("Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?") tot eerlijk zijn ("Kom Keesje lief! hou op met krijten, Zei moeder toen: 'k Wil u dien misslag niet verwijten, Hij kreeg een zoen.")


Dit alles vormt evident bewijs dat de verzamelbundel Kleine Gedigten voor Kinderen van Hieronymus van Alphen te scharen is onder de literatuur van de verlichting. Er wordt gesproken van het naleven van regels, het naleven en stimuleren van de universele moraal en de welbekende tabula rasa en dit zijn enkele van de belangrijkste onderwerpen van het verlichte gedachtegoed. Van Alphens gedichten hebben nog lang invloed gehad op de pedagogiek in de Nederlandse samenleving en dit laat de waarde die aan het werk werd toegekend duidelijk zien. Tegenwoordig zouden de gedichten echter minder van toepassing zijn, omdat het gedachtegoed enigszins achterhaald is. 
Desalniettemin is met het bovenstaande bewezen dat Kleine Gedigten voor Kinderen inderdaad behoort tot de verlichting en hoewel de boodschap erachter er tegenwoordig misschien minder toe doet, is het nog steeds zeer vermakelijk om de gedichten eens door te lezen en ik beveel dit dan ook van harte aan.

Klas 5: Betoog romantiek, Max Havelaar, Multatuli

Type verslag: Stromingsbetoog romantiek.

Algemene informatie
Multatuli, Max Havelaar

Eerste druk 1860 
Zesde hertaalde druk, december 2011
©Gijsbert van Es, NRC Boeken
ISBN 978 90 79985 15 9
320 pagina's

Genre: Roman


Verslag
Max Havelaar of de koffiveilingen van de Nederlandsche Handels-Maatschappij kwam uit in 1860. Het is een semi-autobiografische roman geschreven door Eduard Douwes Dekker, beter bekend onder het pseudoniem Multatuli (Latijn: ik heb veel gedragen.) Hij is één der belangrijkste schrijvers uit de Nederlandse romantiek. 
Het verhaal begint als Droogstoppel, een koffiehandelaar uit Amsterdam, in het bezit komt van documenten met informatie betreft Nederlands-Indië, van ene Sjaalman, welke later Max Havelaar blijkt te zijn. Hij schrijft met behulp van deze Sjaalman en Stern, de zoon van een zakenrelatie uit Duitsland, die hij onderdak biedt, een boek. In dit boek uit Max Havelaar, assistent-resident van Lebak, een gebied op het Indonesische eiland Java, zijn ontevredenheid over de manier waarop de inlanders worden behandeld door het Nederlandse regime in Nederlands-Indië.

De roman werd geschreven in de romantiek. Deze periode liep ongeveer van 1770 tot 1880. De stroming is een reactie op verschillende voorgaande stromingen. Het verwerpt de strakheid van de verlichting en het accent ligt niet meer op het verstand zoals in het rationalisme, maar juist op het gevoel en de fantasie. Romantici waren niet tevreden met (de regels van) het huidige bestuur, zowel politiek als cultureel, en zodoende vertoonde men vaak vluchtgedrag. Een geliefd toevluchtsoord voor de romanticus was de natuur, waar hij zich verder dan de mensen verwijderd kon voelen en dichter bij het eeuwige. 
Andere mogelijkheden voor een romanticus om de werkelijkheid te ontvluchten waren het verleden, de godsdienst, humor die zich kon uiten in zelfspot, ironie en sarcasme. Ook de dood fascineerde romantici. Typerend voor de romanticus was dat hij graag zijn eigen persoonlijkheid zo scherp mogelijk afbakende tegenover de ‘burgers’, die zich aan de regels en de fatsoensmoraal van de maatschappij aanpasten. 
Het voornaamste kenmerk van deze periode is het verlangen om zich via het gevoel zo volledig mogelijk uit te leven. Vaak schiep de schrijver zich hierbij een gefantaseerde, tweede werkelijkheid, teleurgesteld als hij was door de alledaagse werkelijkheid om zich heen. 

Het boek Max Havelaar behoort tot de stroming der romantiek. Dit is gemakkelijk te zien aan verscheidene zaken. 
Ten eerste blijkt dit uit het feit dat het personage Max Havelaar, de hoofdpersoon, zelf een romantisch mens is. Dit is sterk op te maken uit de karakterbeschrijvingen die van hem worden gegeven. Hij is “ridderlijk en moedig”, hij wil onrecht herstellen, hij is gevoelig voor liefde en aanhankelijkheid en hij heeft onvrede met de huidige samenleving, bestuur en gemeenschapsmoraal. Dit zijn eigenschappen die wijzen op een romantisch persoon. Deze worden nog eens extra versterkt door de contrastering met het karakter Droogstoppel, die bijna totaal tegengesteld is aan dat van Max Havelaar.

Ook wordt in het boek duidelijk het gevoel boven de ratio, het verstand, geplaatst. Er wordt in het boek voortdurend sympathie gewekt voor Max Havelaar en Stern en een afkeer voor de rationalistische Droogstoppel. ("Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary. Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen…ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffie en verdwyn!") Dit afstoten van het rationalisme is een wezenlijk kenmerk van de romantiek.

Tot slot vinden wij een evident bewijs voor de stelling in de overvloedige aanwezigheid van opstandigheid en ontevredenheid. Het begin van het boek is gelijk al een aanklacht en brengt duidelijk de spelende onrechtvaardigheid in beeld. Daarna is er natuurlijk de kern van het boek, waarin Max Havelaar zijn ontevredenheid over de behandeling van de inlanders in Nederlands-Indië beschrijft en daar uiteindelijk ook tegen in opstand komt door een aanklacht in te dienen tegen de regent Karta Nata Negera bij de gouverneur-generaal. (Hij krijgt geen gelijk dus hij voelt zich gedwongen ontslag te nemen en hij gaat weer terug naar Europa, wegvluchtend van zijn problematische tijd in Nederlands-Indië). Het boek is geschreven vanwege Multatuli’s onvrede met de situatie in Nederlands-Indië op dat moment, deze onvrede en het uiten van deze onvrede door opstandigheid is zeer typerend voor de romantiek.

Er zijn lieden die beweren dat de Max Havelaar tot de in die tijd opkomende stroming van het realisme moet worden gerekend. De roman bevat immers ook enkele kenmerken van deze stroming. In de romantiek was het gewoonlijk om de ontevredenheid te uiten in een onwerkelijke para-wereld, het verleden of de natuur, maar in deze roman wordt heel nauw de werkelijkheid weergegeven: de schrijver heeft een wereld gecreëerd die duidelijk gebaseerd is op de waarheid.

Ondanks dat er ook een deel realisme aanwezig is, is Max Havelaar van Multatuli echter toch overduidelijk grotendeels representatief voor het gedachtegoed van de romantiek, want de hoofdpersoon is in veel opzichten een romantisch mens, in het boek wordt het gevoel duidelijk boven de ratio geplaatst en het is geschreven uit onvrede, die ook duidelijk in het boek naar voren komt. 
Als u op zoek bent naar een klassiek boek, goed geschreven en vooral origineel, dan kan ik u vertellen dat dit de dochter is van het Nederlandse, romantische literatuurgedachtegoed, welke ik u ten zeerste aanraadt minstens ééns te lezen.







donderdag 12 januari 2012

Klas 5: Boekverslag, Het Leven is Vurrukkulluk, Remco Campert



Type verslag: Stromingsboek.

Algemene informatie

Remco Campert, Het Leven is Vurrukkulluk
©1961, De Bezige Bij, Amsterdam
Eerste druk 1961
Eenendertigste druk, oktober 2011
ISBN 978 90 596 5146 3
170 pagina's

Genre: Roman

Samenvatting
Mees en Boelie wandelen op zondagmorgen door een park in Amsterdam, waar Mees het vijftienjarige schoolmeisje Panda oppikt. Gedrieën slenteren ze wat rond, kijken naar de eenden en kopen een ijsje. Een nieuwsgierige grijsaard volgt hen naar een uitspanning, waar ze zitten om een biertje te drinken. Panda gaat naar een openbaar toilet, waar ze een woordenwisseling heeft met Rosa Overbeek, de oude dame die daar toezicht houdt.
Intussen gaat de grijsaard, ondanks zijn smalende opmerkingen aan het adres van de moderne jeugd, bij Mees en Boelie zitten. De jongelui besluiten naar het huis van Mees te gaan dat vlak bij het park ligt. De grijsaard wil hen ook daarheen volgen, maar ze slaan hem eensgezind neer. Terwijl hij bewusteloos in het gras ligt, berooft Panda hem van de tweehonderd gulden die hij in zijn schoen verborgen hield. 'Heb je zo'n pijn aan je voeten, opa?' riep ze zorgzaam uit, ten behoeve van de tot tranen toe geroerde voorbijgangers, 'Verdomd', zei Panda en haalde twee biljetten van honderd uit opa's linkerschoen. Met een snel gebaar stopte ze het geld tussen haar borstjes. Thuis aangekomen maakt Mees aanstalten Panda te versieren, die daar geen bezwaar tegen heeft. Om van Boelie af te komen, herinnert Mees hem aan een afspraak die hij in hotel Asiatique met een journalist heeft. Nauwelijks is Boelie vertrokken, of Mees en Panda gaan uitgebreid met elkaar naar bed. In dit hoofdstuk krijgen we een terugblik op de eenzame jeugd van Mees, zijn ervaringen als pianist in kroegen en zijn mislukte pogingen om een liefdesrelatie op te bouwen.
Boelie wordt intussen geïnterviewd door de journalist Ernst-Jan Zoon, die Boelie na afloop vertelt dat hij zijn vrouw, Etta, ervan verdenkt een minnaar te hebben. Hij vraagt Boelie uit te zoeken of zijn vermoeden juist is. Samen gaan ze naar het huis van Ernst-Jan en Etta, waar Ernst-Jan naar een uitzending van een voetbalwedstrijd (Nederland-België) gaat luisteren, terwijl Boelie Etta gezelschap houdt in de tuin. Voornamelijk om een eind te maken aan zijn innerlijke onzekerheid besluit Boelie om Etta te verleiden. Samen gaan ze het huis van de buren in, die een autoritje aan het maken zijn, maar ze worden verrast door hun onverwachte terugkomst, Boelie redt hun uit hun benarde situatie door een verzinsel over gaslucht.
Intussen is de grijsaard in het park bijgekomen en hij merkt tot zijn schrik dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die alles heeft gezien, biedt de oude man aan de drie jongelui op te sporen. Eerst wantrouwt de grijsaard hem, maar tenslotte neemt hij Tjeerds aanbod aan. Tjeerd neemt de grijsaard, die Kees blijkt te heten, mee naar zijn oudtante Rosa Overbeek, de juffrouw van het openbaar toilet, die mogelijk goede adviezen kan geven over wat ze kunnen doen. De grijsaard ontdekt dat Rosa een schoolvriendinnetje van hem is geweest. Tjeerd ziet dat hij overbodig is geworden, omdat de twee oude mensen helemaal in elkaar opgaan en Kees is de belangstelling voor het verloren geld heeft verloren.
Mees en Panda besluiten een feest te geven van het geld waarvan ze de grijsaard beroofd hebben. Met dat doel gaan ze naar de drankwinkel van Jens. Terwijl 's avonds het feest in het huis van Mees en Boelie in volle gang is, de muziek dendert en glaswerk sneuvelt, komt Tjeerd Overbeek aanlopen en blijft voor het hek staan, niet goed wetend wat te beginnen. Tegen zijn zin in, wordt hij door een dronken feestganger naar binnen geloodst, verdwaasd door de ongelooflijke chaos in een wereld die hem totaal vreemd is. Etta, die stomdronken is, maakt een scène met haar man en laat zich door Boelie naar een bed in de zolderkamer leiden. Panda wordt door Jens in zijn auto naar huis gebracht. Mees kijkt toe hoe een jongen, een paraplu als valscherm gebruikend, uit het zolderraam de tuin in springt en statig naar beneden zweeft. Op dat ogenblik voelt Mees een ongekend gevoel van geluk door zijn lichaam stromen.


Verwerking

De stroming van het boek is heel duidelijk het realisme. Terwijl je verder komt in het boek, kom je telkens weer momenten tegen die hierop wijzen.
De belangrijkste kenmerken van het realisme zijn dat het verhaal zich in het hier en nu afspeelt, dat de schrijver zich probeert in te leven in zijn of haar personages om zo een zo realistisch mogelijk beeld te geven en dat de schrijver een volstrekt objectieve en realistische weergave probeert te geven aan de hand van uitgebreid vooronderzoek. Het verhaal wordt ook vaak deels gebaseerd op een echte gebeurtenis of zelfs een persoonlijke ervaring van de schrijver.

Deze aspecten kun je na enigszins moeite te hebben alle terugzien in het boek. Door het hele boek heen merk je, ondanks de toch onwaarschijnlijke gebeurtenissen die het verhaal soms kent, dat de schrijver zijn best doet om alle gebeurtenissen betrouwbaar over te laten komen en zijn realistische achtergrondidee naar voren te laten komen.

“Ik heb een hekel aan fantastische vertellingen. Sprookjes, dromen, saai-jans-fiction, de hele boel kan me gestolen worden.'
'Waarom, meisje?'
'Het gewone dagelijkse leven is al fantastisch genoeg.'
'Kind, kind,' de juffrouw hief de handen geschrokken ten plafond, 'waar haal je die onzin vandaan! Straks ga je nog zeggen dat de werkelijkheid fantastischer is dan een roman.”

In het bovenstaande gesprek spreekt Panda met de toiletjuffrouw. Je ziet twee totaal verschillende meningen geuit worden, die beide door dezelfde schrijver zijn bedacht en omdat zijn voorkeur voor één mening niet naar voren komt en door de beschouwende aard van deze passage wordt duidelijk dat het hier om het realisme gaat. Niet om het naturalisme, want die stroming heeft vaak de neiging om zich daadwerkelijk tégen de romantiek te keren, jan-met-de-pet centraal te stellen en uitgesproken kritiek te geven op de huidige maatschappij. Het is duidelijk dat dat hier niet het geval is. Ondanks dat de schrijver zijn best doet om de maatschappij van dat moment soms in zijn raarste vormen weer te geven, is het duidelijk dat zijn bedoeling niet was deze door die rare gebeurtenissen voor debiel te verklaren, maar heel objectief weer te geven en, je zou bijna zeggen, het als een voorlichting voor andere mensen over de jaren '60 te bedoelen.

“Waarom zou hij zich verzetten? Uit morele overwegingen? Kom nu; als je daaraan deed, kon je beter de rest van je leven thuis blijven zitten met dichtgespijkerde ramen en de deur op de grendel - dan had je een kleine kans dat je een fatsoenlijk mens bleef; alleen was er dan niemand die wist hoe fatsoenlijk je was.”

Uit dit citaat blijkt heel duidelijk de 'desaffectie' van de schrijver voor de romantiek. Het hiervoor kenmerkende vluchtgedrag wordt namelijk ontkracht en onverantwoord genoemd. Dit is een monoloog van de schrijver en niet een gesproken tekst van een van de personages. Vooral aan de woorden "Kom nu;" kun je je zien dat de schrijver dit duidelijk meent en het onzin vindt dat je zou vluchten voor je problemen, je zou ze juist op moeten lossen. Deze gedachtegang is typerend voor het realisme.

“Ik verveel me niet. Ik ben ongelukkig.'
'Omdat je in geluk gelooft. Iedereen die in geluk gelooft is ongelukkig.”

Als laatste citaat nog een heel nuchtere. De opkomende nuchterheid in eind jaren '50 in Nederland en ook de rest van de wereld, laat zich eigenlijk nooit - zij het bedoeld of onbedoeld - in positieve zin uit over de romantiek. Vluchtgedrag, donkerheid en bepaalde euforie over de liefde worden door uitspraken van nuchtere mensen vaak snel ontkracht. De verteller van de eerste zin, een getrouwd meisje dat wordt verleid door Boelie - getrouwde prooien zijn immers veel interessanter dan ongetrouwde, voelt zich heel zielig en gaat geloven dat ze depressief is. Boelie, net als Mees een typisch kind van de jaren '50 en '60, vertelt dat ze dan ook maar niet in de sprookjes van het geluk moet geloven. Hij zegt als het ware "Denk nu eens na over wat je moet doen, want rare toevalligheden als geluk bestaan niet. Dus vlucht nu niet weg voor je problemen door in een hoekje over je leven te gaan zitten klagen, maar los het op, maak er iets van."


Het was mij dus duidelijk om welke stroming het in dit boek ging. Ik kan dan ook vertellen dat dit zelfs een uiterst typerend boek is voor die stroming en daarom schat ik de exponentiële waarde van Het Leven is Vurrukkulluk binnen het realisme hoog in.
Het is leuk om te zien, (hoewel vaak ook moeilijk te begrijpen op het moment van lezen,) dat Campert als het ware een brug probeert te slaan tussen de oudere, eerdere generatie en de jongere, nieuwe generatie, door de situatie in de samenleving weer te geven zoals hij zelf vindt dat deze op het moment is, maar ook door het gebruik van nieuwe woorden voor die tijd en dat vaak op fonetische manier gespeld. Zoals in het eerste citaat het woord "saai-jans-fiction" wordt genoemd en elders in het boek onder andere "Marie-Johanna", beter bekend als marihuana. Doordat af en toe opééns dit soort fonetisch gespelde, 'nieuwe' woorden in het boek staan, wordt het boek leuker om te lezen door de vaak grappige anekdotes die bij zo'n woord verteld worden.

Kortom, het boek is een experimentele roman, die voor verandering heeft gezorgd in Nederland en zijn literatuur - het is immers niet voor niets verkozen tot het boekenweekgeschenk van 2011 - en zonder enige twijfel thuishoort tussen de klassiekers van het realisme.

woensdag 2 november 2011

Klas 5: Boekverslag, Het Bittere Kruid, Marga Minco

Type verslag: Oordeelvorming.


Algemene informatie:


Marga Minco, Het Bittere Kruid

©1957, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

Eerste druk mei 1957

Drieënveertigste druk mei 2001

ISBN 90 351 2330 1

90 pagina's


Genre: Novelle


Samenvatting

Marga komt met haar ouders terug in Breda, nadat ze waren gevlucht voor de Duitsers. Haar vader vindt het nog niet nodig om voor de Duitsers onder te duiken, omdat hij denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Vroeger al was Marga lastig gevallen door kinderen omdat ze joods was, en ook kon ze herinneren dat er altijd afstandelijk en bang werd gedaan als ze bijvoorbeeld iemand uitnodigde om naar binnen te komen. Ze vindt het ook moeilijk dat alles onder de bezetting verboden was. Toen Marga het eerste jaar van de oorlog ziek werd, verhuisde de familie naar Amersfoort en trokken bij haar broer Dave en zijn vrouw Lotte gingen inwonen. Marga moest kuren ondergaan in het ziekenhuis. Op een dag komt vader thuis met de sterren die goed worden ontvangen door iedereen.
Vader en Dave krijgen een oproep voor het werkkamp, maar worden beide afgekeurd, omdat vader huidaandoeningen heeft en Dave iets uit een flesje heeft genomen dat hem ziek maakte. Een niet-joods buurmeisje neemt, bij een bezoek om een tennisracket een heleboel van Marga's spullen mee, omdat zij ze mooi vindt en Marga zegt dat ze ze mee mag nemen, want zij zal er waarschijnlijk toch geen gebruik van maken als ze weggaat. Om hen heen duiken steeds meer mensen onder. Toch wil vader nog niet onderduiken, ondanks dat er wel razzia's worden gehouden. Ook Bettie wordt door de razzia's opgepakt.
Als Marga, Dave en Lotte een oproep krijgen, komen ze daar onderuit door de dokter een attest achtergelaten had voor Marga en Dave. Lotte mocht blijven om Marga en Dave te verzorgen. Marga's ouders moesten in een ghetto in Amsterdam gaan wonen, omdat ze over de vijftig waren.
Op een dag heeft Marga genoeg van het rondlopen in haar pyjama de hele dag. Ze gaat met de trein, wat zeer gevaarlijk was, naar Amsterdam om haar ouders op te zoeken. Veel mensen om hen heen duiken onder, maar de familie van Marga nog steeds niet omdat ze er het geld niet voor hebben en omdat vader optimistisch blijft en hoopt dat het misschien niet nodig zou zijn. Dave en Lotte wonen inmiddels ook in Amsterdam en naar hen gaat ze als haar ouders op een avond door de Duitsers worden opgepakt en zij nog net door de achterdeur kan ontglippen. Omdat haar identiteitspas in handen was gekomen van de Duitsers ( hij zat nog in haar jas, die ze in het huis van haar ouders had moeten laten hangen) onderging Marga een metamorfose; haar haar werd gebleekt. Toch besluiten ze om naar Utrecht te gaan om daar onder te duiken, maar op het station worden Lotte en Dave opgepakt. Marga redt het naar Utrecht, maar kan niet bij het onderduikadres terecht. Ze gaat weer terug naar Amsterdam en wordt daar door een jongen, Wout, geholpen met een ander adres te zoeken. Omdat er of weinig plaats was, of omdat ze moest betalen en haar geld opraakte, moest Marga een aantal keren van onderduikadres wisselen. Tot na de oorlog verblijft ze in Heemstede. Na de oorlog gaat ze haar oom en tante opzoeken in Zeist. Zij zijn niet opgepakt omdat haar tante Nederlands was. Haar oom kon nog steeds niet begrijpen dat zijn familie allemaal dood was en ging ook elke dag naar de tramhalte om te kijken of ze niet toevallig langs kwamen. Toen haar oom gestorven was en Marga haar tante nog eens op ging zoeken zag ze ook de tramhalte waar hij altijd had gezeten. Alleen zij beseft wel dat noch haar ouders noch Bettie, Dave of Lotte ooit terug zouden komen.


Persoonlijke mening en onderbouwing


Het Bittere Kruid is een mooi en (zeker voor die tijd) vernieuwend boek, waarin de joodse cultuur en de eigen ervaringen van de schrijfster een grote rol spelen. Vernieuwend, omdat de opbouw zeer origineel is: de lezer volgt de hoofdpersoon vanaf en tot een bepaald moment in haar leven. Dan is het verhaal eigenlijk afgelopen, maar volgt er een epiloog die nog een klein tijdsbestek overlapt. De eerste verhaallijn loopt in het eerste jaar van de oorlog, de tweede als de oorlog juist afgelopen is. Dit effect geeft de lezer een gevoel dat je ook bij bepaalde poëzie kunt krijgen, beter bekend als "Huh?" Deze vorm van opbouw was mij in proza nog redelijk onbekend en stond mij erg aan.

Het verhaal wekt ook emoties op: ik kreeg echt een vervelend gevoel in mij. Waar was de mens mee bezig? Het eeuwige reizen omdat je vervolgd wordt, de mensen die zeggen "Je kunt hier echt niet blijven..." Ik heb ook een breder beeld gekregen van het type mens in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Deze mens was anders, deels door de tijd waarin hij leefde, deels door de verbittering van de oorlogstijd. Het zuinige, doch gulle. Het vriendelijke, doch norse. Het wrede én menslievende. Tegenstellingen en paradoxen vliegen je om de oren. Dit maakt het verhaal levendiger, en dus mooier.

Interessant om te melden is ook dat er door de schrijfster absoluut geen meningen worden gegeven en nu ik dit schrijf en nalees, wordt mij ineens een bijzonder aspect van het boek duidelijk: helemaal nergens wordt door haar ook maar íets negatiefs gezegd over de Duitsers. Het enige wat in het boek staat, is het verhaal van een 10-jarig meisje in de Tweede Wereldoorlog. Uniek.

Ook omdát het slechts een ooggetuigenverslag is, draagt dit bij aan de realiteit en waarschijnlijkheid van het verhaal. Het komt recht en persoonlijk op de lezer over. De enige bedoeling die in het boek wordt uitgelicht, is de visie van een jong, weliswaar joods meisje over de Tweede Wereldoorlog, maar het blijft desondanks strikt objectief. Door deze ongekende manier van schrijven sprak dit boek mij erg aan. Het is ook zonder twijfel dat dit boek onder de literatuur moet worden geschaard, want afgezien wan de beperkte lengte en de redelijk eenvoudige manier van schrijven, (hoewel de woordkeuze van 1957 met haar dure woorden altijd mooi overkomt,) draagt het boek vernieuwende elementen en kenmerken van goede poëzie met zich mee. Mee door een land met geschiedenis, dat de Oorlog waarschijnlijk nooit geheel zal herinneren zoals hij werkelijk was, maar dit boek heeft me ervan overtuigt dat dit toch wel erg in de buurt ligt.

zaterdag 10 september 2011

Klas 4: Boekverslag, Met mij gaat alles goed, Jan Simoen


Zakelijke gegevens.

Titel: Met mij gaat alles goed

Auteur: Jan Simoen

Uitgave: Querido 2001 (1e druk 1996)

Genre: Adolescentenroman (fictie, vanaf 15 jaar)

Aantal Pagina’s: 178

ISBN: 90.214.8215.0

Samenvatting.

Jonas Bracke en Michaël Lupovic zijn stiefbroers. Ze leven twee totaal verschillende levens. Jonas woont in New York en doet waar hij zin in heeft. Michaël woont in Italië en is bezig met kunst, politiek en het leven. Na een bezoek aan de dokter wordt bij Jonas HIV vastgesteld. Jonas is ten einde raad en durft het eigenlijk verder niemand te vertellen. Intussen heeft Michaël ook zo zijn problemen. Er breekt oorlog uit in geboorteland Joegoslavië. Voor Michaël is er echter wel een klein voordeel. Hij ontmoet Martha. Zij zit ook in over de oorlog, want zij is ook van Joegoslavische afkomst.

Als Jonas’ tante overlijdt komen zij en hun (stief)ouders, Pierre en Irina, op het idee haar huis te gaan ombouwen tot een opvanghuis voor Joegoslavische vluchtelingen. Jonas heeft nog steeds niemand over zijn ziekte verteld, behalve Michaël. Die schrijft terug dat hij het snel aan ‘Holsbeek’ moet vertellen, de woonplaats van hun ouders. Enkele maanden later gaat Jonas terug naar België en vertelt zijn ouders alles. Hij leeft zijn laatste maanden in Holsbeek, waar hij vooral rust. Hij sterft in 1994. Pierre en Irina komen ook in de problemen, maar ze verzoenen en dan eindigt zo het boek.

“ … ‘t is nog geen oorlog in mij, het zijn maar schermutselingen.

Tot ziens, Vandamme, hou je goed, en sorry voor het geleuter.

Jonas

-

Mr Jonas Bracke

306 West 18th Street

New York City

10011 New York

USA


Leuven, 5 mei 1990


Ik vond dat helemaal geen geleuter.


Love,


Hugo

Eigen mening.

Eigenlijk had ik niet zoveel verwachtingen van dit boek. Dat bedoel ik dan niet in negatieve zin, maar in de zin van dat ik eigenlijk niet zo goed wist waar het over zou gaan, maar dat was dan ook wel weer één van de redenen waarom ik het boek juist heb gekozen!

Wat ik wel verwachtte was een soort ‘standaard’ verhaal, zoals je dat zo vaak in een roman aantreft. Het gaat over een jongen of een meisje (of natuurlijk een man of vrouw), die beleeft een verhaal, tijdens het verhaal komt diegene een meisje of juist een jongen tegen, ze worden verliefd, beleven nog wat met elkaar en klaar, uit is het boek. Verder verwachtte ik, door wat er in de flaptekst staat, een verhaal dat zich afspeelt ín de oorlog, met een paar mensen waarvan er één aids krijgt.


Commentaar op mijn verwachtingen onder andere: het verhaal speelt zich niet af ín de oorlog, maar tijdens. Het is hun geboorteland, dus ze weten er alles van, maar ze zijn niet met z’n allen midden in het front, ze beleven alles van veilige afstand, maar vrezen toch voor hun toekomst.

Een standaard verhaal dan? Nee, wat eigenlijk het allermooiste is, is dat twee hoofdpersonen, twee ‘ondergeschikte’ hoofdpersonen en een aantal bijpersonen, allemaal een eigen verhaal met zich meeslepen, en de enige manier waarop ze die vertellen is door middel van brieven. Revolutionair maar geweldig! Steeds is er één persoon aan het woord. Die ene persoon doet zijn hele verhaal, zonder dat er ook maar één simpele ziel doorheen zit te blèren! Zo hoor je eindelijk is een keer precies wat iemand nu eigenlijk wil zeggen. Een toepasselijk voorbeeld: in een gesprek zeg je om de beurt 1, misschien 2 zinnen. Als iemand aan jou vraagt: “Hé, hoe gaat het?”, kun je daar heel makkelijk op antwoorden: “Met mij gaat alles goed.” Maar, als je een brief krijgt waar ergens aan het begin of aan het eind gevraagd wordt hoe het met jou gaat, kun je niet simpelweg één zin terugsturen waarin staat dat het goed met je gaat. Dat gaat gewoon niet. Als je een brief terugkrijgt, waarin staat dat alles goed gaat met de ander, lees je de ware aard achter “Met mij gaat alles goed.”


Berlijn, Oost en West, 11 november 1989

Jonas!

De Muur is gevallen! Gesloopt met hamers en beitels! Wie

had ooit kunnen denken dat dit walgelijke monument van

scheiding door gewone mensenhanden zou worden neergehaald! … ”

---

“ … Het is doodjammer dat ons opvanghuis nu toch verkocht

wordt, maar als ik aan Jonas denk, dan weet ik echt, Pierre,

dat het niet voor niets is geweest.

Nu ga ik klarinet spelen voor de vluchtelingen.

Michaël ”

Verwerkingsopdracht