Pagina's

donderdag 12 januari 2012

Klas 5: Boekverslag, Het Leven is Vurrukkulluk, Remco Campert



Type verslag: Stromingsboek.

Algemene informatie

Remco Campert, Het Leven is Vurrukkulluk
©1961, De Bezige Bij, Amsterdam
Eerste druk 1961
Eenendertigste druk, oktober 2011
ISBN 978 90 596 5146 3
170 pagina's

Genre: Roman

Samenvatting
Mees en Boelie wandelen op zondagmorgen door een park in Amsterdam, waar Mees het vijftienjarige schoolmeisje Panda oppikt. Gedrieën slenteren ze wat rond, kijken naar de eenden en kopen een ijsje. Een nieuwsgierige grijsaard volgt hen naar een uitspanning, waar ze zitten om een biertje te drinken. Panda gaat naar een openbaar toilet, waar ze een woordenwisseling heeft met Rosa Overbeek, de oude dame die daar toezicht houdt.
Intussen gaat de grijsaard, ondanks zijn smalende opmerkingen aan het adres van de moderne jeugd, bij Mees en Boelie zitten. De jongelui besluiten naar het huis van Mees te gaan dat vlak bij het park ligt. De grijsaard wil hen ook daarheen volgen, maar ze slaan hem eensgezind neer. Terwijl hij bewusteloos in het gras ligt, berooft Panda hem van de tweehonderd gulden die hij in zijn schoen verborgen hield. 'Heb je zo'n pijn aan je voeten, opa?' riep ze zorgzaam uit, ten behoeve van de tot tranen toe geroerde voorbijgangers, 'Verdomd', zei Panda en haalde twee biljetten van honderd uit opa's linkerschoen. Met een snel gebaar stopte ze het geld tussen haar borstjes. Thuis aangekomen maakt Mees aanstalten Panda te versieren, die daar geen bezwaar tegen heeft. Om van Boelie af te komen, herinnert Mees hem aan een afspraak die hij in hotel Asiatique met een journalist heeft. Nauwelijks is Boelie vertrokken, of Mees en Panda gaan uitgebreid met elkaar naar bed. In dit hoofdstuk krijgen we een terugblik op de eenzame jeugd van Mees, zijn ervaringen als pianist in kroegen en zijn mislukte pogingen om een liefdesrelatie op te bouwen.
Boelie wordt intussen geïnterviewd door de journalist Ernst-Jan Zoon, die Boelie na afloop vertelt dat hij zijn vrouw, Etta, ervan verdenkt een minnaar te hebben. Hij vraagt Boelie uit te zoeken of zijn vermoeden juist is. Samen gaan ze naar het huis van Ernst-Jan en Etta, waar Ernst-Jan naar een uitzending van een voetbalwedstrijd (Nederland-België) gaat luisteren, terwijl Boelie Etta gezelschap houdt in de tuin. Voornamelijk om een eind te maken aan zijn innerlijke onzekerheid besluit Boelie om Etta te verleiden. Samen gaan ze het huis van de buren in, die een autoritje aan het maken zijn, maar ze worden verrast door hun onverwachte terugkomst, Boelie redt hun uit hun benarde situatie door een verzinsel over gaslucht.
Intussen is de grijsaard in het park bijgekomen en hij merkt tot zijn schrik dat zijn geld weg is. Tjeerd Overbeek, die alles heeft gezien, biedt de oude man aan de drie jongelui op te sporen. Eerst wantrouwt de grijsaard hem, maar tenslotte neemt hij Tjeerds aanbod aan. Tjeerd neemt de grijsaard, die Kees blijkt te heten, mee naar zijn oudtante Rosa Overbeek, de juffrouw van het openbaar toilet, die mogelijk goede adviezen kan geven over wat ze kunnen doen. De grijsaard ontdekt dat Rosa een schoolvriendinnetje van hem is geweest. Tjeerd ziet dat hij overbodig is geworden, omdat de twee oude mensen helemaal in elkaar opgaan en Kees is de belangstelling voor het verloren geld heeft verloren.
Mees en Panda besluiten een feest te geven van het geld waarvan ze de grijsaard beroofd hebben. Met dat doel gaan ze naar de drankwinkel van Jens. Terwijl 's avonds het feest in het huis van Mees en Boelie in volle gang is, de muziek dendert en glaswerk sneuvelt, komt Tjeerd Overbeek aanlopen en blijft voor het hek staan, niet goed wetend wat te beginnen. Tegen zijn zin in, wordt hij door een dronken feestganger naar binnen geloodst, verdwaasd door de ongelooflijke chaos in een wereld die hem totaal vreemd is. Etta, die stomdronken is, maakt een scène met haar man en laat zich door Boelie naar een bed in de zolderkamer leiden. Panda wordt door Jens in zijn auto naar huis gebracht. Mees kijkt toe hoe een jongen, een paraplu als valscherm gebruikend, uit het zolderraam de tuin in springt en statig naar beneden zweeft. Op dat ogenblik voelt Mees een ongekend gevoel van geluk door zijn lichaam stromen.


Verwerking

De stroming van het boek is heel duidelijk het realisme. Terwijl je verder komt in het boek, kom je telkens weer momenten tegen die hierop wijzen.
De belangrijkste kenmerken van het realisme zijn dat het verhaal zich in het hier en nu afspeelt, dat de schrijver zich probeert in te leven in zijn of haar personages om zo een zo realistisch mogelijk beeld te geven en dat de schrijver een volstrekt objectieve en realistische weergave probeert te geven aan de hand van uitgebreid vooronderzoek. Het verhaal wordt ook vaak deels gebaseerd op een echte gebeurtenis of zelfs een persoonlijke ervaring van de schrijver.

Deze aspecten kun je na enigszins moeite te hebben alle terugzien in het boek. Door het hele boek heen merk je, ondanks de toch onwaarschijnlijke gebeurtenissen die het verhaal soms kent, dat de schrijver zijn best doet om alle gebeurtenissen betrouwbaar over te laten komen en zijn realistische achtergrondidee naar voren te laten komen.

“Ik heb een hekel aan fantastische vertellingen. Sprookjes, dromen, saai-jans-fiction, de hele boel kan me gestolen worden.'
'Waarom, meisje?'
'Het gewone dagelijkse leven is al fantastisch genoeg.'
'Kind, kind,' de juffrouw hief de handen geschrokken ten plafond, 'waar haal je die onzin vandaan! Straks ga je nog zeggen dat de werkelijkheid fantastischer is dan een roman.”

In het bovenstaande gesprek spreekt Panda met de toiletjuffrouw. Je ziet twee totaal verschillende meningen geuit worden, die beide door dezelfde schrijver zijn bedacht en omdat zijn voorkeur voor één mening niet naar voren komt en door de beschouwende aard van deze passage wordt duidelijk dat het hier om het realisme gaat. Niet om het naturalisme, want die stroming heeft vaak de neiging om zich daadwerkelijk tégen de romantiek te keren, jan-met-de-pet centraal te stellen en uitgesproken kritiek te geven op de huidige maatschappij. Het is duidelijk dat dat hier niet het geval is. Ondanks dat de schrijver zijn best doet om de maatschappij van dat moment soms in zijn raarste vormen weer te geven, is het duidelijk dat zijn bedoeling niet was deze door die rare gebeurtenissen voor debiel te verklaren, maar heel objectief weer te geven en, je zou bijna zeggen, het als een voorlichting voor andere mensen over de jaren '60 te bedoelen.

“Waarom zou hij zich verzetten? Uit morele overwegingen? Kom nu; als je daaraan deed, kon je beter de rest van je leven thuis blijven zitten met dichtgespijkerde ramen en de deur op de grendel - dan had je een kleine kans dat je een fatsoenlijk mens bleef; alleen was er dan niemand die wist hoe fatsoenlijk je was.”

Uit dit citaat blijkt heel duidelijk de 'desaffectie' van de schrijver voor de romantiek. Het hiervoor kenmerkende vluchtgedrag wordt namelijk ontkracht en onverantwoord genoemd. Dit is een monoloog van de schrijver en niet een gesproken tekst van een van de personages. Vooral aan de woorden "Kom nu;" kun je je zien dat de schrijver dit duidelijk meent en het onzin vindt dat je zou vluchten voor je problemen, je zou ze juist op moeten lossen. Deze gedachtegang is typerend voor het realisme.

“Ik verveel me niet. Ik ben ongelukkig.'
'Omdat je in geluk gelooft. Iedereen die in geluk gelooft is ongelukkig.”

Als laatste citaat nog een heel nuchtere. De opkomende nuchterheid in eind jaren '50 in Nederland en ook de rest van de wereld, laat zich eigenlijk nooit - zij het bedoeld of onbedoeld - in positieve zin uit over de romantiek. Vluchtgedrag, donkerheid en bepaalde euforie over de liefde worden door uitspraken van nuchtere mensen vaak snel ontkracht. De verteller van de eerste zin, een getrouwd meisje dat wordt verleid door Boelie - getrouwde prooien zijn immers veel interessanter dan ongetrouwde, voelt zich heel zielig en gaat geloven dat ze depressief is. Boelie, net als Mees een typisch kind van de jaren '50 en '60, vertelt dat ze dan ook maar niet in de sprookjes van het geluk moet geloven. Hij zegt als het ware "Denk nu eens na over wat je moet doen, want rare toevalligheden als geluk bestaan niet. Dus vlucht nu niet weg voor je problemen door in een hoekje over je leven te gaan zitten klagen, maar los het op, maak er iets van."


Het was mij dus duidelijk om welke stroming het in dit boek ging. Ik kan dan ook vertellen dat dit zelfs een uiterst typerend boek is voor die stroming en daarom schat ik de exponentiële waarde van Het Leven is Vurrukkulluk binnen het realisme hoog in.
Het is leuk om te zien, (hoewel vaak ook moeilijk te begrijpen op het moment van lezen,) dat Campert als het ware een brug probeert te slaan tussen de oudere, eerdere generatie en de jongere, nieuwe generatie, door de situatie in de samenleving weer te geven zoals hij zelf vindt dat deze op het moment is, maar ook door het gebruik van nieuwe woorden voor die tijd en dat vaak op fonetische manier gespeld. Zoals in het eerste citaat het woord "saai-jans-fiction" wordt genoemd en elders in het boek onder andere "Marie-Johanna", beter bekend als marihuana. Doordat af en toe opééns dit soort fonetisch gespelde, 'nieuwe' woorden in het boek staan, wordt het boek leuker om te lezen door de vaak grappige anekdotes die bij zo'n woord verteld worden.

Kortom, het boek is een experimentele roman, die voor verandering heeft gezorgd in Nederland en zijn literatuur - het is immers niet voor niets verkozen tot het boekenweekgeschenk van 2011 - en zonder enige twijfel thuishoort tussen de klassiekers van het realisme.

woensdag 2 november 2011

Klas 5: Boekverslag, Het Bittere Kruid, Marga Minco

Type verslag: Oordeelvorming.


Algemene informatie:


Marga Minco, Het Bittere Kruid

©1957, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

Eerste druk mei 1957

Drieënveertigste druk mei 2001

ISBN 90 351 2330 1

90 pagina's


Genre: Novelle


Samenvatting

Marga komt met haar ouders terug in Breda, nadat ze waren gevlucht voor de Duitsers. Haar vader vindt het nog niet nodig om voor de Duitsers onder te duiken, omdat hij denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Vroeger al was Marga lastig gevallen door kinderen omdat ze joods was, en ook kon ze herinneren dat er altijd afstandelijk en bang werd gedaan als ze bijvoorbeeld iemand uitnodigde om naar binnen te komen. Ze vindt het ook moeilijk dat alles onder de bezetting verboden was. Toen Marga het eerste jaar van de oorlog ziek werd, verhuisde de familie naar Amersfoort en trokken bij haar broer Dave en zijn vrouw Lotte gingen inwonen. Marga moest kuren ondergaan in het ziekenhuis. Op een dag komt vader thuis met de sterren die goed worden ontvangen door iedereen.
Vader en Dave krijgen een oproep voor het werkkamp, maar worden beide afgekeurd, omdat vader huidaandoeningen heeft en Dave iets uit een flesje heeft genomen dat hem ziek maakte. Een niet-joods buurmeisje neemt, bij een bezoek om een tennisracket een heleboel van Marga's spullen mee, omdat zij ze mooi vindt en Marga zegt dat ze ze mee mag nemen, want zij zal er waarschijnlijk toch geen gebruik van maken als ze weggaat. Om hen heen duiken steeds meer mensen onder. Toch wil vader nog niet onderduiken, ondanks dat er wel razzia's worden gehouden. Ook Bettie wordt door de razzia's opgepakt.
Als Marga, Dave en Lotte een oproep krijgen, komen ze daar onderuit door de dokter een attest achtergelaten had voor Marga en Dave. Lotte mocht blijven om Marga en Dave te verzorgen. Marga's ouders moesten in een ghetto in Amsterdam gaan wonen, omdat ze over de vijftig waren.
Op een dag heeft Marga genoeg van het rondlopen in haar pyjama de hele dag. Ze gaat met de trein, wat zeer gevaarlijk was, naar Amsterdam om haar ouders op te zoeken. Veel mensen om hen heen duiken onder, maar de familie van Marga nog steeds niet omdat ze er het geld niet voor hebben en omdat vader optimistisch blijft en hoopt dat het misschien niet nodig zou zijn. Dave en Lotte wonen inmiddels ook in Amsterdam en naar hen gaat ze als haar ouders op een avond door de Duitsers worden opgepakt en zij nog net door de achterdeur kan ontglippen. Omdat haar identiteitspas in handen was gekomen van de Duitsers ( hij zat nog in haar jas, die ze in het huis van haar ouders had moeten laten hangen) onderging Marga een metamorfose; haar haar werd gebleekt. Toch besluiten ze om naar Utrecht te gaan om daar onder te duiken, maar op het station worden Lotte en Dave opgepakt. Marga redt het naar Utrecht, maar kan niet bij het onderduikadres terecht. Ze gaat weer terug naar Amsterdam en wordt daar door een jongen, Wout, geholpen met een ander adres te zoeken. Omdat er of weinig plaats was, of omdat ze moest betalen en haar geld opraakte, moest Marga een aantal keren van onderduikadres wisselen. Tot na de oorlog verblijft ze in Heemstede. Na de oorlog gaat ze haar oom en tante opzoeken in Zeist. Zij zijn niet opgepakt omdat haar tante Nederlands was. Haar oom kon nog steeds niet begrijpen dat zijn familie allemaal dood was en ging ook elke dag naar de tramhalte om te kijken of ze niet toevallig langs kwamen. Toen haar oom gestorven was en Marga haar tante nog eens op ging zoeken zag ze ook de tramhalte waar hij altijd had gezeten. Alleen zij beseft wel dat noch haar ouders noch Bettie, Dave of Lotte ooit terug zouden komen.


Persoonlijke mening en onderbouwing


Het Bittere Kruid is een mooi en (zeker voor die tijd) vernieuwend boek, waarin de joodse cultuur en de eigen ervaringen van de schrijfster een grote rol spelen. Vernieuwend, omdat de opbouw zeer origineel is: de lezer volgt de hoofdpersoon vanaf en tot een bepaald moment in haar leven. Dan is het verhaal eigenlijk afgelopen, maar volgt er een epiloog die nog een klein tijdsbestek overlapt. De eerste verhaallijn loopt in het eerste jaar van de oorlog, de tweede als de oorlog juist afgelopen is. Dit effect geeft de lezer een gevoel dat je ook bij bepaalde poëzie kunt krijgen, beter bekend als "Huh?" Deze vorm van opbouw was mij in proza nog redelijk onbekend en stond mij erg aan.

Het verhaal wekt ook emoties op: ik kreeg echt een vervelend gevoel in mij. Waar was de mens mee bezig? Het eeuwige reizen omdat je vervolgd wordt, de mensen die zeggen "Je kunt hier echt niet blijven..." Ik heb ook een breder beeld gekregen van het type mens in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Deze mens was anders, deels door de tijd waarin hij leefde, deels door de verbittering van de oorlogstijd. Het zuinige, doch gulle. Het vriendelijke, doch norse. Het wrede én menslievende. Tegenstellingen en paradoxen vliegen je om de oren. Dit maakt het verhaal levendiger, en dus mooier.

Interessant om te melden is ook dat er door de schrijfster absoluut geen meningen worden gegeven en nu ik dit schrijf en nalees, wordt mij ineens een bijzonder aspect van het boek duidelijk: helemaal nergens wordt door haar ook maar íets negatiefs gezegd over de Duitsers. Het enige wat in het boek staat, is het verhaal van een 10-jarig meisje in de Tweede Wereldoorlog. Uniek.

Ook omdát het slechts een ooggetuigenverslag is, draagt dit bij aan de realiteit en waarschijnlijkheid van het verhaal. Het komt recht en persoonlijk op de lezer over. De enige bedoeling die in het boek wordt uitgelicht, is de visie van een jong, weliswaar joods meisje over de Tweede Wereldoorlog, maar het blijft desondanks strikt objectief. Door deze ongekende manier van schrijven sprak dit boek mij erg aan. Het is ook zonder twijfel dat dit boek onder de literatuur moet worden geschaard, want afgezien wan de beperkte lengte en de redelijk eenvoudige manier van schrijven, (hoewel de woordkeuze van 1957 met haar dure woorden altijd mooi overkomt,) draagt het boek vernieuwende elementen en kenmerken van goede poëzie met zich mee. Mee door een land met geschiedenis, dat de Oorlog waarschijnlijk nooit geheel zal herinneren zoals hij werkelijk was, maar dit boek heeft me ervan overtuigt dat dit toch wel erg in de buurt ligt.

zaterdag 10 september 2011

Klas 4: Boekverslag, Met mij gaat alles goed, Jan Simoen


Zakelijke gegevens.

Titel: Met mij gaat alles goed

Auteur: Jan Simoen

Uitgave: Querido 2001 (1e druk 1996)

Genre: Adolescentenroman (fictie, vanaf 15 jaar)

Aantal Pagina’s: 178

ISBN: 90.214.8215.0

Samenvatting.

Jonas Bracke en Michaël Lupovic zijn stiefbroers. Ze leven twee totaal verschillende levens. Jonas woont in New York en doet waar hij zin in heeft. Michaël woont in Italië en is bezig met kunst, politiek en het leven. Na een bezoek aan de dokter wordt bij Jonas HIV vastgesteld. Jonas is ten einde raad en durft het eigenlijk verder niemand te vertellen. Intussen heeft Michaël ook zo zijn problemen. Er breekt oorlog uit in geboorteland Joegoslavië. Voor Michaël is er echter wel een klein voordeel. Hij ontmoet Martha. Zij zit ook in over de oorlog, want zij is ook van Joegoslavische afkomst.

Als Jonas’ tante overlijdt komen zij en hun (stief)ouders, Pierre en Irina, op het idee haar huis te gaan ombouwen tot een opvanghuis voor Joegoslavische vluchtelingen. Jonas heeft nog steeds niemand over zijn ziekte verteld, behalve Michaël. Die schrijft terug dat hij het snel aan ‘Holsbeek’ moet vertellen, de woonplaats van hun ouders. Enkele maanden later gaat Jonas terug naar België en vertelt zijn ouders alles. Hij leeft zijn laatste maanden in Holsbeek, waar hij vooral rust. Hij sterft in 1994. Pierre en Irina komen ook in de problemen, maar ze verzoenen en dan eindigt zo het boek.

“ … ‘t is nog geen oorlog in mij, het zijn maar schermutselingen.

Tot ziens, Vandamme, hou je goed, en sorry voor het geleuter.

Jonas

-

Mr Jonas Bracke

306 West 18th Street

New York City

10011 New York

USA


Leuven, 5 mei 1990


Ik vond dat helemaal geen geleuter.


Love,


Hugo

Eigen mening.

Eigenlijk had ik niet zoveel verwachtingen van dit boek. Dat bedoel ik dan niet in negatieve zin, maar in de zin van dat ik eigenlijk niet zo goed wist waar het over zou gaan, maar dat was dan ook wel weer één van de redenen waarom ik het boek juist heb gekozen!

Wat ik wel verwachtte was een soort ‘standaard’ verhaal, zoals je dat zo vaak in een roman aantreft. Het gaat over een jongen of een meisje (of natuurlijk een man of vrouw), die beleeft een verhaal, tijdens het verhaal komt diegene een meisje of juist een jongen tegen, ze worden verliefd, beleven nog wat met elkaar en klaar, uit is het boek. Verder verwachtte ik, door wat er in de flaptekst staat, een verhaal dat zich afspeelt ín de oorlog, met een paar mensen waarvan er één aids krijgt.


Commentaar op mijn verwachtingen onder andere: het verhaal speelt zich niet af ín de oorlog, maar tijdens. Het is hun geboorteland, dus ze weten er alles van, maar ze zijn niet met z’n allen midden in het front, ze beleven alles van veilige afstand, maar vrezen toch voor hun toekomst.

Een standaard verhaal dan? Nee, wat eigenlijk het allermooiste is, is dat twee hoofdpersonen, twee ‘ondergeschikte’ hoofdpersonen en een aantal bijpersonen, allemaal een eigen verhaal met zich meeslepen, en de enige manier waarop ze die vertellen is door middel van brieven. Revolutionair maar geweldig! Steeds is er één persoon aan het woord. Die ene persoon doet zijn hele verhaal, zonder dat er ook maar één simpele ziel doorheen zit te blèren! Zo hoor je eindelijk is een keer precies wat iemand nu eigenlijk wil zeggen. Een toepasselijk voorbeeld: in een gesprek zeg je om de beurt 1, misschien 2 zinnen. Als iemand aan jou vraagt: “Hé, hoe gaat het?”, kun je daar heel makkelijk op antwoorden: “Met mij gaat alles goed.” Maar, als je een brief krijgt waar ergens aan het begin of aan het eind gevraagd wordt hoe het met jou gaat, kun je niet simpelweg één zin terugsturen waarin staat dat het goed met je gaat. Dat gaat gewoon niet. Als je een brief terugkrijgt, waarin staat dat alles goed gaat met de ander, lees je de ware aard achter “Met mij gaat alles goed.”


Berlijn, Oost en West, 11 november 1989

Jonas!

De Muur is gevallen! Gesloopt met hamers en beitels! Wie

had ooit kunnen denken dat dit walgelijke monument van

scheiding door gewone mensenhanden zou worden neergehaald! … ”

---

“ … Het is doodjammer dat ons opvanghuis nu toch verkocht

wordt, maar als ik aan Jonas denk, dan weet ik echt, Pierre,

dat het niet voor niets is geweest.

Nu ga ik klarinet spelen voor de vluchtelingen.

Michaël ”

Verwerkingsopdracht


Klas 4: Recensie, Spijkerschrift, Kader Abdolah

Recensie

Spijkerschrift

Kader Abdolah

Uitgeverij De Geus, Breda

© 2000

379 pagina’s

ISBN 90 445 0137 2


Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani, alias Kader Abdolah, schreef dit boek toen hij twaalf jaar in Nederland woonde. Hij groeide op in Iran, waar hij leefde in een streng islamitische familie. Zijn vader was een doofstomme tapijtreparateur; hij zelf wilde schrijver worden. Dat is waarom hij reeds vanaf zijn twaalfde levensjaar begon met het lezen van westerse literatuur. Hij studeerde later natuurkunde aan de uni-versiteit van Teheran en sloot zich aan bij een verboden linkse partij, welke zich verzette tegen het sjahbewind. Hij schreef voor hun partijblad en publiceerde ook twee verhalenbundels, onder de schuilnaam Kader Abdolah, een combinatie van de namen van twee goede vrienden van hem, tevens partijleden. Zij waren beiden geëx-ecuteerd door de Iraanse overheid.

Zijn inspanningen voor ‘de partij’, zoals hij er zelf naar refereert, leidde er toe dat hij noodgedwongen moest vluchten uit Iran. In 1988 kwam hij in Nederland terecht. Hij kreeg een huis in Zwolle toegewezen tot hij uiteindelijk in 2006 gastschrijver werd aan de universiteit van Leiden. Zijn interesse in het Nederlands, vooral opgestoken door bundels van Annie M. G. Schmidt en Neder-landstalige poëzie, maakte dat hij zelf boeken begon te schrijven, net als zijn groot-vader, beroemd in Iran. Zijn werken gaan over het leven in en tussen twee cul-turen en over het leven in de diaspora, de ver-spreiding van een volk over verschillende delen van de wereld.

Het boek Spijkerschrift heeft de E. du Perronprijs gewonnen en er zijn grote verwachtingen van mij aan gekoppeld. De schrijver probeert met dit boek zijn levens-verhaal en de situatie in het Iran aan het einde van de 20e eeuw over te brengen.

En dat doet hij uitstekend. Aan de hand van hoofdpersonen Aga Akbar en Ismaiel doet Kader Abdolah dit allemaal rustig voor de lezer uit de doeken. Net als die van Abdolah is Aga Akbar, Ismaiels vader, een doof-stomme tapijtreparateur. De belevenissen die zij meemaken, worden gebaseerd op de feiten die daadwerkelijk plaatsvonden rond het betreffende tijdstip. De verhaallijn loopt met betrekking tot Ismaiel, die de aantekeningen die zijn doofstomme vader (in zijn eigen schrift) ontvangt en deze vertaald. Zo kom je geleidelijk te weten wat er speelde in het late Perzië. Dit is een goede en originele manier om dergelijke situaties uit te leggen. Mooi is ook dat je de hele tijd de letterlijke overeenkomsten ziet tussen het leven van Ismaiel en de schrijver zelf.

Kortom, Abdolah zorgde voor een pracht-werk. En dat met een taal die hij zichzelf heeft aangeleerd. Mijn verwachtingen waren hooggespannen en vervolgens ook uit-gekomen. Ik roep u allen op het boek te lezen. Het is namelijk geschikt voor alle typen lezers: een deel geschiedenis, een deel echte roman, een deel poëzie en dat alles met makkelijk taalgebruik. Een boek dat ieder moet lezen. Een boek oprecht geschreven is. Een boek voor in de kast.

Klas 4: Samenvatting, de Verdwenen Verdwijning, Tim Krabbé

De Verdwenen Verdwijning Tim Krabbé

Ooievaar Amsterdam © 1982, 1996

De Voetbaldroom

Dit verhaal gaat over een man die vroeger als droom had profvoetballer te worden, maar hij was lang niet goed genoeg. Nu is hij volwassen en heeft een zoontje, maar hij speelt bij de veteranen van Neerlandia. Hij maakt zijn zoontje ook warm voor de sport en deze gaat voetballen bij de Kameroentjes. Na de nodige flashbacks over de mans sportleven, volgt de eerste wedstrijd van zijn zoont Esra, die ze winnen. Even later verhaalt de ik-persoon een wedstrijd aan zijn zoon, en na het nemen van penalty’s wint Neerlandia en worden ze kampioen.

De Muur

In het stadje Talyac staat een zomerhuis van een vriendin, waar de hoofpersoon vroeger vaak met haar kwam. Als ze aan het wandelen zijn, komen ze op een dag een muur tegen met een plaquette met overleden verzetsstrijders erop. Één naam werd apart en zonder achternaam vermeld. Daarom gaat de hoofdpersoon op zoek naar deze ‘Zouïka’. Enkele vakanties later was die laatste naam echter verdwenen. Hij ging naar het gemeentehuis, maar ze wisten niet van hem. Hij vind een boek over Talyac in de oorlog en leest het. Zouïka’s echte naam bleek Georges Chichepartiche te zijn. Er Hij zou in het ziekenhuis aan een kogelwond overleden zijn. De gemeente was er echter achter gekomen dat de man nog leefde, en daarom was zijn naam van de plaquette afgehaald. Zouïka wist dit, maar wilde weer tissen zijn strijdmakkers op de plaquette terug. Als hij een zelf laten maken plaquette wil ophangen aan de muur, stort hij met zijn autootje het ravijn in.


De Matador

Schwab, de hoofdpersoon, gaat na lange tijd weer naar Lequetio, waar hij vroeger met zijn vrouw Ellie op vakantie was geweest, maar in het baskenplaatsje wordt hij door de ETA ontvoerd. Hij wordt inofficieel berecht voor spionage. De dienstdoende rechter wordt door Schwab herkend, daar deze vroeger ook verliefd was geweest op Ellie. Ellie en Schwab noemden hem de matador, naar zijn hobby. Hij hoopte dat de rechter hem herkende door zijn naam te roepen, maar dit was niet het geval en de arme man werd ter dood veroordeeld.


De Rots

Hoofdpersoon Vincent is met zijn zoon opp vakantie in Ravignac, een jeugdsentiment. Hij had alleen vergeten dat er voor kinderen niets te doen is. Daarom koopt hij om het goed te maken een pop, die Ingmar Dworpe wordt genoemd en in ’t vervolg overal mee naartoe wordt genomen. Maar in een café raakt zoon Mick raakt de pop kwijt; de caféhouders beloven Mick dat ze hun ogen open zullen houden. Aan het einde van de vakantie gaan vader en zoon de grote rots te beklimmen. Later gaan ze weer naar Nederland terug en een maand later komt er een pakketje met Ingmar Bworpe erin aan bij hen thuis. Mick vertelde dat hij van de rots af had willen springen op dat hoogste punt, als Vincent niet gelijk al zo dicht bij hem was geweest. Hij wilde de hemel wel eens zien.

Eigen mening

Een leuk en origineel boek, vanwege de schrijfstijl, maar ook door de manier waarop het boek in elkaar zit: vijf verhalen in één boek. Een nadeel is echter dat je net in het verhaal zit, als het weer afloopt, maar al met al is dit een geslaagd en leuk boek en heeft het me aangezet deze schrijver vaker op te zoeken.