Pagina's

woensdag 9 januari 2013

Verwerkingsopdracht Verlichting: het Imaginair Reisverhaal


            Marcus’ Reizen ende Ondervindinghen


  En het gebeurde in die dagen dat een vooraanstaand inwoner van de Regionis Humile werd verbannen uit het land. Laten we teruggaan naar het begin, voordat wij onze reis vervolgen.


Het is aangevangen ten tijde dat Marcus Monssolis, een invloedrijk persoon en aanstormend politiek talent, begon zijn gedachtestromen over de gemiddelde kiezer te verkondigen. De democratie was nog jong. Een ideaal. Dus heilig, die tijd. Niemand moest het in zijn hoofd halen om ook maar een tipje van het gordijn op te trekken waarachter zich het grote kwaad bevond: uitsluiting. Maar dat deed Marcus wel. Hij zag namelijk hoe het systeem gecorrumpeerd raakte, hoe het misbruikt werd, het reeds op zijn eind liep. Een verandering in denken moest worden gemaakt! De keuzen waren helder: verandering van de bestuurlijke moraal, of terug naar vóór de democratie. De meute is immers dom. Het volk is eendrachtig, eenvoudig te misleiden. Een speelbal in de handen van de woordkunstenaar. Maar Marcus werd niet geloofd voor zijn uitingen; hij werd uitgejouwd, niet begrepen. Verbannen naar een verre, arme kolonie, zonder natuurlijke rijkdommen of enige toekomst.

Daar liet hij het echter niet bij zitten. Zodra hij een kans zag om te vluchtten, had hij de benen al genomen. Hij besloot een solozeiltocht rond de wereld te gaan maken, maar had kunnen weten dat je zonder enige zeilervaring niet ver komt over de oceanen en al snel ging het helemaal mis. Stormen overdonderden hem en zijn bootje zonk. Zich vastklampend aan het overblijfsel van wat planken en een stuk zeil, werd hij overrompeld door de verschrikkingen van de zee. De hitte, het zout, de gevaren onder water.
Het volgende wat hij voelde, was zand onder zijn lichaam. En touwen om al zijn ledematen. Hij sloeg zijn ogen open en zag allemaal mannetjes voor zich staan. Ietwat kleine mannetjes, met alle een mollig postuur, een onverzorgd baardje, warrig, onverzorgd haar, een peuk in hun mond, uitgegroeide kleren en een bouwvakkersspleet. En ze heetten allemaal Henk. 

De Henken namen Marcus mee naar hun stad, waar hij het vrouwvolk ontmoette. Precies dezelfde eigenschappen als de mannen hadden zij, zelfs de gezichtsbeharing, in zekere mate. Ze heetten allemaal Ingrid. 
Terwijl Marcus vol ongenoegen keek naar de onbeschaafde, asociale, bijna barbaarse praktijken á la Tokkie die zich afspeelden in dit Pévéveopolis, zoals de stad genoemd werd, doemde langzaamaan het gebouw op wat hun bestemming leek te zijn: het regeringsgebouw. En daar zat de grote leider, de aanvoerder van de silvestre RS-partij, als enige partij, in wat ooit ook een democratie was, maar misvormd is door populisme. Alleen degene met de mooie praatjes was nog overgebleven. Zo werd het alsnog een dictatuur, maar dan zonder de voordelen. En juist op het moment dat de gruwelijke straf die hem na het raadplegen van de uitslag van een volksenquête was opgelegd, zou worden uitgevoerd, werd hij wakker. 

Hij lag weer in zijn chique bed in Regionis Humile, op pluche kussens en onder een warm deken, niets was gebeurd. Maar geleerd had hij wel dat je sommige dingen, al zijn ze nog zo waar, al is er nog zo veel vrijheid van meningsuiting, al zijn ze nog zo noodzakelijk,
gewoon niet kunt zeggen.



(Voelt u zich vrij om de Latijnse termen, Mons solis, Regionis Humile en silvestre RS, in Google Translate te vertalen, teneinde de metaforen in dit verhaal beter te kunnen begrijpen)

maandag 7 januari 2013

Klas 6: Boekverslag, De Engelenmaker, Stefan Brijs

Type verslag: Algemeen

Algemene informatie:


Stefan Brijs, De Engelenmaker
2005, Uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen
ISBN 978 90 450 1384 8
429 pagina's


Genre: (Psychologische) Roman


Samenvatting

“De Engelenmaker” bestaat uit drie delen.
Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Dokter Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen merkt men dat hij best meevalt. Ook zijn zoons vallen mee, ze hebben een hazenlip net als hun vader en lijken sprekend op elkaar. Als de dokter de namen van de kinderen noemt, schrikken de bewoners toch wel. Ze heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.
De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in, die steeds meer te weten komt over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties, wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt en de kinderen mogen nooit naar buiten. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, komt zij door een vreselijk ongeluk om het leven.In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd als student, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als “debiel” in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en praten. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een universiteit. Hij blijkt een briljant genie in het klonen van zoogdieren. Eerst oefent hij op muizen, later op mensen. En inderdaad, zijn kinderen zijn klonen, van hem. Helaas gedraagt Victor zich raar, waardoor de staf van de universiteit aan hem twijfelt. Rex Cremer, de stafarts, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet.In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer opnieuw in aanraking met Dokter Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Dokter Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar “kinderen” opzoeken. Als ze bij Dokter Hoppes huis aankomt is er al één dood. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door.Uiteindelijk, terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg volgen, kruisigt Dokter Hoppe zichzelf. Hij vergelijkt zichzelf met Jezus en dit is volgens hem de opdracht die hij moet volbrengen. Hij eindigt aan het kruis, terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt.





Verwachtingen

"Jullie mogen hier niet van school gaan voordat jullie een boek van Stefan Brijs hebben gelezen!", zo sprak onze leraar tegen Tobias en mij.
Mijn verwachtingen toen ik dit boek in mijn handen gedrukt kreeg waren daardoor uiteraard hooggespannen. Met niets meer dan de informatie van de flaptekst en een sterke aanbeveling van een ervaringsdeskundige begon ik het boek te lezen. En uiteindelijk, zo kan ik vertellen, bleek het een boek van jewelste, een om te onthouden.


Motieven en Thema's

Geloof en ethiek zijn de belangrijkste thema's in De Engelenmaker. Losstaand, maar ook in combinatie. Om te beginnen zijn Bijbelse aspecten en uitspraken een terugkerend element. "God geeft en God neemt." en "U heeft God het nakijken gegeven." zijn zomaar twee uitspraken waarin God een niet onbetekenende rol speelt. Ethiek komt terug op het gebied van Hoppes mening over goed en kwaad. Hij gelooft hier namelijk niet in een middenweg, alleen in de twee uitersten. Men is óf goed, óf slecht.
Deze twee aspecten komen samen wanneer Hoppe betuigt dat God slecht is. Immers heeft hij Jezus verlaten toen deze aan het kruis hing en van daaruit redeneert onze hoofdpersoon verder. Langzaamaan begint het erop te lijken dat zo'n beetje alles wat God doet en gedaan heeft naar Hoppes mening slecht is, in tegenstelling tot Jezus, die een idool voor hem is en waar hij zichzelf mee vergelijkt.
Zowel deze significant andere kijk op God en Jezus als de 'lef' om zich als sterveling te vergelijken met de Zoon van God zijn voor ons schokkende zaken. Toch worden deze in het boek onderbouwd op een manier waarop de lezer begrip krijgt voor de situatie, wat een lastige, maar geslaagde zaak is voor de schrijver.

Het leven in een klein dorp zie ik als een fantastisch motief in dit boek, met roddels als de onderliggende hoofdgedachte. Het leven in een kleine gemeenschap als Wolfheim brengt met zich mee dat alles bekend is, open is, en zodra er iets gebeurd is wat nog niet iedereen weet, hoef je niet lang te wachten totdat dat wel het geval is. De dokter en zijn rare, zelden geziene kinderen zijn wanneer zij in het dorp komen wonen het gesprek van de dag, vanwege de eigenaardigheid. Later, als de dokter sterk in aanzien stijgt, wil dan opeens iedereen zo dicht mogelijk bij de dokter staan, om ofwel belangrijk te lijken, een graantje mee te pikken, of meer roddels te kunnen verzamelen. Eigenlijk maakte dit boek betreft dit motief mij weer duidelijk wat de hypocrisie van de meute kan zijn en hoe privacy een begrip van pas de laatste jaren is, doch nu al mislukt. Maar dat, beste mensen, is weer een heel ander verhaal.

Tot slot kan ik achter in de rij wellicht ook medische vooruitgang plaatsen als motief. In combinatie met de aspecten van het dorpsleven die ik net beschreef, laat de schrijver zien hoe de wetenschap samenleving en tijdsmoraal vooruit kan zijn. Ook wordt, als je het dorp bekijkt als metafoor voor de samenleving, op interessante wijze een link gelegd met de hedendaagse denkwereld betreft medische ethiek, waar ook weer de laatste tijd een hele hoop om te doen is.



Beoordeling

Tijd:
Het boek is duidelijk ingedeeld in tijdsvakken. De schrijver vermeldt regelmatig exacte data. Zo weten we dat Victor Hoppe wordt geboren op 4 juni 1945 en sterft op zondag 21 mei 1989. Deel I speelt van 14 oktober 1984 tot 1988. Deel II loopt van zijn geboorte tot aan de zomer van 1984, waarin het experiment van zijn persoonlijke kloning plaatsvindt. Deel III behandelt dan weer de periode van 1988 tot 21 mei 1989. De korte epiloog, hoofdstuk 12, heeft plaats op zaterdag 19 mei 1990.

Ruimte:
Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in het dorp Wolfheim, een klein, Duitstalig, fictief dorpje in België, vlakbij het drielandenpunt en de Vaalserberg. Het dorpje is katholiek, enigszins ouderwets en terughoudend en de beschreven bewoners hebben veelal typische eigenschappen, maar worden ook vaak als geheel tentoongesteld. Zoals ik al beschreef bij Motieven en Thema's zijn het dorp en diens bewoners in mijn ogen een ontzettend interessante locatie en komt het goed uitgedacht op mij over. De precieze ligging, grootte, inwonereigenschappen, moraal en ga zo maar door, het klopt allemaal precies. Daarbij vormt het dorp, met de eigenschappen die ik net noemde, een geweldig doch grillig contrast met de wetenschappelijke experimenten van de nieuwe inwoner: dokter Hoppe.


Eindoordeel

Door het bovenstaande verslag heen heb ik al af en toe mijn lof geuit tegenover bepaalde aspecten van dit boek die mij erg aanspreken. De thema's en motieven waar ik in het boek op stuitte, vind ik buitengewoon interessant. Over de 'clash' tussen religie, ethiek en wetenschap - in trio, maar ook elk in combo - vind ik altijd erg leuk om te lezen en ik denk dat dit aspect velen met mij aanspreekt. 
De bedachtzaamheid waarmee de ruimte is uitgekozen, vind ik lovenswaardig. Alles klopt. Van hieruit sla ik dan ook graag gelijk een brug naar de sociale en maatschappelijke elementen in dat dorp, zoals ik beschreef bij het motief over het dorpsleven. Interessante ontwikkelingen, psychologische verschijnselen en maatschappelijke kwesties: alle spelen een rol in het dorpje. Dit vind ik denk ik nog wel het allerleukste aan De Engelenmaker, waarvan ik tegen iedereen kan zeggen: als je geen zin hebt in lange, lastige zinnen, ook al heb je geen enkele scheikundige kennis (zoals ook ikzelf) en als je ook maar een greintje maatschappelijke interesse hebt,
dan moet dit boek gelezen worden.

woensdag 28 november 2012

Klas 6: Boekverslag, De Komst van Joachim Stiller, Hubert Lampo

Type verslag: Algemeen

Algemene informatie:



Hubert Lampo, De Komst van Joachim Stiller

1960, J.M. Meulenhoff
ISBN 9789029067966
181 pagina´s


Genre: Roman



Samenvatting

Dit boek geeft een zakelijk verslag van hetgeen de ik-figuur, de zevendertigjarige vrijgezel Freek Groenevelt, overkomt. Reeds in het eerste hoofdstuk blijkt een alledaagse bezigheid - het openbreken van een straat - een geheimzinnige aangelegenheid te zijn. Groenevelt schrijft er een stukje over in de "Scheldebode" en komt daardoor in contact met Keldermans, de wethouder van Publieke Werken. Deze onthult dat er dingen gebeuren die hem angstig maken. Groenevelt begrijpt er niets van en gaat ontsteld weg. 
Hij ontvangt een brief, die ruim anderhalf jaar vóór zijn geboorte is gepost. De schrijver, Joachim Stiller, kondigt gebeurtenissen aan "welke naar uw oordeel niet aan de algemeen gangbare logica beantwoorden". Ook Keldermans krijgt brieven van Stiller, evenals Simone Marijnissen, een wiskundelerares, die verbonden is aan het letterkundige tijdschrift Atomium

Er ontstaat een verhouding tussen Simone en Groenevelt, waarbij de mysterieuze Joachim Stiller een aloverheersende rol speelt. De beide gelieven ontvangen op allerlei wijzen tekens van deze bovennatuurlijke figuur. In het antiquariaat van Geert Molijn koopt Groenevelt een zestiende-eeuws boek, getiteld "De Apocalyps, zijnde het Visioen van Johannes op Patmen. Uytgelegt ende verklaert door Joachim Stiller, Meester in de Theologie tot Augsburg". ‘s Morgens vroeg wordt Simone opgebeld door iemand die zich Joachim Stiller noemt. Ze doet Freek hierover verslag : "Wat hij me vertelde, (...) kwam hierop neer, dat het niet dapper van me was geweest, jou verleden nacht aan je lot over te laten, dat jij je verschrikkelijk eenzaam en verdrietig voelde, dat wij nooit een mens aan de eenzaamheid mogen prijs geven en dat ik me zelf geen zand in de ogen hoefde te strooien". Freek en Simone brengen een bezoek aan de paleograaf professor Schoenmakers, die verklaart dat de brief die Freek van Joachim Stiller heeft gekregen, inderdaad 38 jaar oud is. Als ze op een nacht samen zijn op de kamer van Freek, begint plotseling het carillon van de kathedraal te spelen. Het geluid is zeer sterk en een onwezenlijk blauw licht hangt over de daken. Voor niemand anders in de hele stad, behalve voor Keldermans, zijn deze verschijnselen waarneembaar. De kunsthandelaar Wiebrand Zijlstra ("de ondernemende") heeft het in zijn hoofd gezet de arme Siegfried te pousseren tot gevierd kunstenaar (om er zelf flink aan te verdienen). Hij heeft Siegfrieds talent ontdekt op de wanden van een openbaar urinoir. Siegfried is "doofstom, tevens volkomen idioot (...) en aan een beetje epilepsie schijnt hij ook te laboreren". Als Siegfried op een cocktailparty wordt "geshowd", ontsnapt hij. Hij klimt het dak op en stort te pletter op het betonnen laadperron voor het gebouw. Vlak voor hij sterft, stamelt deze doofstomme nog : "Stiller... Zeg aan Sti...". Het wordt Groenevelt langzamerhand onbehaaglijk te moede, vooral als hij ook nog een affiche ziet van "Circus Stiller". Samen met Simone bezoekt hij een voorstelling van het circus; hij krijgt een fractie van een seconde contact met de zwarte harlekijn. Hij raakt overspannen en gaat naar een psychiater. Hij ondergaat een chemici-analyse waarbij hij vertelt dat hij jaren geleden getuige is geweest van een raketaanval op Antwerpen. Een Amerikaanse soldaat werd getroffen en Groenevelt was getuige van zijn sterven. Nu herinnert hij zich dat de soldaat Joachim Stiller heette. Intussen is gebleken dat Simone zwanger is. Per brief kondigt Joachim Stiller zijn komst aan; hij zal bij het Zuiderstation verschijnen. Groenevelt, Simone, Molijn en Keldermans gaan erheen. Stiller - Groenevelt herkent in hem de Amerikaanse soldaat - komt uit het station en wordt door een legervoertuig doodgereden. De politie kan hem niet identificeren. Hij wordt opgebaard; drie dagen later is zijn lijk verdwenen. Met de komst van Joachim Stiller verandert veel in het leven van de hoofdfiguren. 



Verwachtingen


Mijn verwachtingen van dit boek waren redelijk hoog voordat ik begon het te lezen. Een door de leraar van harte aanbevolen boek móet toch zeker ook wel iets goeds in zicht hebben en daarbij deden de aangekondigde allegorieën mij vermoeden dat dit wel eens een heel interessant verhaal kon zijn.



Thema's


De belangrijkste thema´s die in dit boek voor de dag komen zijn liefde en verlossing.

De liefde komt, naar ik vernomen heb, vaker aan bod in de verhalen van Lampo, doch nooit met de bedoeling situaties die uitlopen in wilde vrijpartijen te kunnen beschrijven, maar altijd maakt hij gebruik van de liefde die redt en levenskracht biedt. In dit boek wordt dit thema voor het grootste gedeelde vertegenwoordigd door Simone. Zo zou bijvoorbeeld het kindje waarvan zij tegen het einde van het boek in verwachting is, kunnen terugwijzen op die prachtige liefde, met het toekomstig kind als teken van nieuw geluk.
Verlossing anderzijds is ook een belangrijk thema in het boek, vooral met betrekking tot de 'complicaties des levens' van de hoofdpersoon, zoals ik het maar even zou willen noemen om in de geweldige schrijfstijl van Lampo te blijven. Freek heeft te doen met diepe innerlijke angsten en wordt hiervan verlost door Joachim Stiller. Dit laatste hangt samen met het feit dat Stiller symbool staat voor Jezus Christus; daarover later meer.


Beoordeling


De schrijfstijl is geweldig. Ik houd zelf ontzettend van de ingewikkeldste zinsconstructies en rijkelijk archaïsch woordgebruik en wordt in die toegenegenheid op mijn wenken bediend. Zinnen van tien- en tientallen woorden, veel bijvoeglijke naamwoorden en bijzinnen alom. Ik ga hier ook verder geen woorden meer aan vuil maken, want die zullen in het niet vallen; daarom hier twee citaten, (die ook al in de samenvatting vermeld staan):

"(...) en aan een beetje epilepsie schijnt hij ook te laboreren." 
"[situaties,] welke naar uw oordeel niet aan de algemeen gangbare logica beantwoorden"
Heerlijk.

Na wat op internet rondgeneusd te hebben over dit boek, kwam ik betreft tijd en ruimte nog een interessante interpretatie tegen. De ruimte is in veel boeken belangrijk en ook in dit verhaal speelt Antwerpen een rol, maar het is interessanter om hier naar de omstandigheden van deze ruimte te kijken, oftewel het weer. Een nieuwe raadselachtige gebeurtenis rondom Stiller wordt altijd begeleid met zonnig weer, de regen komt samen met de rust. Dit verschijnsel wordt ondersteund door citaten uit de bijbel (respectievelijk Maleachi 4:2 en Deuteronomium 28:12, voor de liefhebber.) Ik vond dit een interessante constatering van de helaas anonieme persoon op Het Internet.

Qua tijd is een noemenswaardig feit om te melden dat de tijdsaanduidingen in het boek vrij specifiek zijn aan het begin van het boek en tegen het einde vager worden. Dit interpreteerde ik zelf als een mogelijke vergelijking met het duidelijke geboortejaar van Jezus, het jaar 1 (hoewel nieuw onderzoek duidt op het jaar 6 of 7 v. Chr, maar ach) en het onduidelijke sterfjaar, ergens tussen 27 en 36 n. Chr. Vergeef mij als deze interpretatie ietwat vreemd is, desalniettemin zeker niet oninteressant.


Eigen mening


Over het algemeen heb ik het een zeer interessant boek gevonden om te lezen. De allegorie waarover ik was verteld, is zeer zeker en erg duidelijk naar voren gekomen en gaf een heel interessante belichting aan het verhaal. Soms werd ik enigszins in het ongewisse gelaten en moest er even goed overdacht worden, maar het is zeer de moeite waard om te lezen en het taalgebruik... ach, kostelijk. Velen vinden het maar taai en ondoorgrondelijk en dat begrijp ik volkomen, maar taal is kunst, en ik houd van die kunst.

maandag 29 oktober 2012

Klas 6: Boekverslag, De Uitvreter, Nescio

Type verslag: Literatuur of lectuur?

Algemene informatie


Nescio (Jan Hendrik Frederik Grönloh), De uitvreter
Voor het eerst uitgegeven in De Gids, Amsterdam, 1911.


Genre: Novelle

Samenvatting

'De uitvreter' is de bijnaam van Japi. De verteller, Koekebakker, heeft Japi via zijn vriend Bavink ontmoet. Bavink was Japi tegengekomen in Veere, Zeeland. Bavink en Japi zijn kameraden geworden en leven van de opbrengst van de schilderijen die Bavink maakt. Japi maakt er een gewoonte van om ook van andere vrienden te profiteren, ook Koekebakker is daar het slachtoffer van. Na verloop van tijd verliest men Japi uit het oog, maar dan ontmoeten ze hem weer: Japi heeft een baan gevonden (via zijn vader) en is geen uitvreter meer. Gelukkig voelt hij zich daar echter niet bij. Voor zijn werk moet Japi naar Afrika en na twee jaar komt hij terug: 'ziek, half dood.' Enige maanden daarna pleegt Japi zelfmoord door van een brug af te springen. 


Verwerking

Bij het bepalen of dit boek onder literatuur of lectuur valt, heb ik de volgende definities aangehouden:


"Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Het is dus een
verzamelnaam voor boeken, stripboeken, pamfletten, tijdschriften en kranten. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere, populaire vorm van geschreven fictie. De rest van dit artikel behandelt lectuur in deze zin. Lectuur wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele verhaallijnen, oppervlakkig getekende personages, weinig vernieuwend in schrijftechniek. In tegenstelling tot de karakters in literatuur, zitten in lectuurstereotypen die altijd oppervlakkig blijven. Ze veranderen niet in het verhaal. De bekendste vormen van lectuur zijn stationsromannetjes met clichématige liefdesverhalen als onderwerp. Lectuur of pulp staat tegenover literatuur. Lectuur wordt soms aangeduid als massaliteratuur, ontsnappingsliteratuur, triviaalliteratuur, amusumentsliteratuur of populaire literatuur. Daaronder vallen dokters-, liefdes-, sciencefiction-, wildwest- en misdaadromans, maar ook vele week- en maandbladen vallen onder deze noemer."

"Literatuur is een evaluatieve term die een waardeoordeel inhoudt. Dit waardeoordeel
varieert naargelang plaats en tijd. De vraag is dus niet zozeer “wat is literatuur?” als “wat
wordt als literatuur beschouwd?”. Het begrip literatuur definiëren draait dus niet zozeer om de term zelf als om de sociaal-culturele achtergrond van degenen die het willen definiëren. Literatuur betekent steeds iets anders naargelang plaats en tijd. Hieronder 5 mogelijke definities van literatuur met daarbij een bedenking:
- literatuur = fictie. Ook niet fictionele teksten worden echter soms als literatuur beschouwd en veel fictionele teksten worden niet als literatuur beschouwd.
- literatuur = bijzonder taalgebruik. Een probleem hierbij is dat bijzonder of te poëtisch
taalgebruik ook in de reclame gebruikt wordt wat het minder bijzonder maakt.
- literatuur = esthetisch, niet-pragmatisch, maar de inhoud is in literaire werken ook van belang.
- literatuur = wat door kenners als literatuur beschouwd wordt.
- literatuur = lezenswaardige teksten"


Er hoefde door mij niet lang nagedacht te worden toen ik mij afvroeg welk type verslag ik voor 'De Uitvreter' wilde gaan gebruiken: ik was er snel uit dat dit wel de 'Literatuur of Lectuur'-variant moest worden. Het boek wordt immers door nagenoeg alle hedendaagse recensenten als fantastische literatuur beschouwd en alom geloofd, terwijl in de tijd van publicatie een totaal tegenovergestelde consensus heerste. Om nu eens voor mijzelf te kijken of ik het verhaal als literatuur of lectuur zou beoordelen, koos ik voor dit type verslag.

Om te beginnen is het boek fictie. Veruit de meeste literaire verhalen zijn fictie, maar natuurlijk is niet elk fictioneel verhaal ook literair. Toch wordt de al dan niet fictionaliteit van een verhaal vaak als eigenschap van literatuur gegeven en zo ook in de gegeven definitie in de taakbeschrijving van deze opdracht.

Het boek is ook esthetisch en niet-pragmatisch. De inhoud speelt echter wel een rol, maar ik denk dat velen het er wel over eens zullen zijn dat die inhoud niet bepaald als diepgaand kan worden getypeerd. 
Dit laatste punt kan wel weer in combinatie worden gezien met het zeer eenvoudige taalgebruik voor die tijd. Het is dan wel onveranderde en onvertaalde taal uit 1911, dus voor onbekenden met deze taalvorm wellicht af en toe enigszins lastig te volgen, maar eigenlijk denk ik dat slechts zeer weinige hier last van zullen hebben, daar er praktisch nooit diepere betekenissen achter de zinnen liggen. Het taalgebruik zou dus wél weer als pragmatisch kunnen worden beschouwd. 
Een citaat:
[Japi spreekt over de dikke, stompe kerktoren van Zierikzee, die hij in de verte, na lange tijd, weer ziet:] "Dikke Jan, die oue geduldige dikke Jan, hij staat er nog. Ik dacht 't wel. Ja hoor, hij staat er nog." En toen vroeg Bavink of i altijd zoo'n lol had en toen zei Japi: "Ja", meer niks.
Hierbij vermeld hebbende dat er hierop nog welgeteld drie zinnen volgen die beginnen met "En toen ...", was het voor mij duidelijk dat het taalgebruik - zeker in die tijd - eerder het etiket 'lectuur' dan 'literatuur' opgeplakt zou krijgen, hoewel deze manier van schrijven in combinatie met het nu archaïstische karakter ervan het wel ontzettend plezierig en grappig maakt om te lezen. Zo kan ik vertellen dat ik kostelijk heb gelachen om het door mij gegeven citaat toen ik het zelf las in het boek.

Daarbij is het taalgebruik niet alles! Het is immers zeker een zeer lezenswaardige tekst. Ik zou het iedereen kunnen aanbevelen die iets luchtigs, maar toch ook literarairs wil lezen. En met deze zin verklap ik al mijn eindoordeel over de literaire waarde van dit verhaal, want ook nog eens buiten het feit dat elke zelfrespecterende hedendaagse recensent dit boek als literatuur beschouwd, wat ook nog een genoemd literatuuraspect in de opdracht is, beschouw ik dit boek als een waardig literair geschrift en dat brengt mij na wegen en meten en na al het bovenstaande tegen elkaar te hebben weggestreept op het volgende eindoordeel:




vrijdag 8 juni 2012

Klas 5: Boekverslag, De Zoon uit Spanje, Tessa de Loo

Type verslag: Literatuur of lectuur?


Algemene informatie



Tessa de Loo, De Zoon uit Spanje
©2004, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen
ISBN 90 295 2817 6
173 pagina's



Genre: Roman


Samenvatting
Pa is oud en ziek en heeft nog maar enkele maanden te leven. Zijn vrouw Ida is al lang geleden omgekomen bij een verkeersongeval. Ze hebben samen vier kinderen: Edwin, Hilde, Frank, en Bardo. Bardo heeft op zijn 19e het ouderlijke huis verlaten en is naar Zuid-Europa vertrokken na een ruzie met zijn vader. Bardo had Floor, pas 17 jaar oud en enige tijd daarvoor nog de vriendin van Edwin, bevrucht. Daardoor kwam Floor bij hen inwonen. Pa had het erg moeilijk met gezichtverlies en vertelde in een ruzie dat Bardo nooit meer terug hoefde te komen. En dat heeft hij ook niet gedaan. Hij zocht geen contact meer met zijn vader, maar sprak zijn moeder soms nog wel. Hoewel Bardo vertrokken was bleef Floor daar wonen en werd getroost door Edwin. Haar zoontje leefde maar één dag en later trouwde ze met Edwin. Ze kregen samen één dochter, Steffie.

Omdat Pa zijn verjaardag waarschijnlijk zijn laatste zal zijn willen zijn kinderen iets speciaals doen. Hilde, wie als enige van de kinderen nog contact met Bardo heeft, stelt voor Bardo uit te nodigen voor een laatste familiereünie. Hoewel Edwin er niet blij mee komt Bardo vanuit Spanje naar zijn vader. Bardo blijkt ondertussen een gezin te hebben en twee zoons. Zijn leefstijl verschilt totaal met de leefstijl van zijn broers en zussen. Hij leefde eerst als muzikant en nu verzorgt hij bomen. Hij ziet het leven als één groot avontuur en reist erg veel omdat hij niet van gebondenheid houdt. Als hij reist, heeft hij ook maar enkele bezittingen op zak en hij gaat waar de wind hem brengt. 
Steffie is zwaar onder de indruk van haar oom, maar haar vader, Edwin, stelt zich erg vijandig op. Hij is erg materialistisch ingesteld en vreest natuurlijk dat zijn vrouw weer voor Bardo zal vallen. Floor is op dat moment erg ongelukkig en gebruikt verschillende antidepressiva. 
Pa heeft verzorging nodig, maar wil zijn laatste maanden niet in een verzorgingstehuis doorbrengen. Omdat alleen Hilde enkele dagen in de week kan helpen stelt Bardo voor die taak op zich te nemen. Hij heeft alle tijd en kan zo een deel van de verloren tijd met zijn vader inhalen. Dit leek de perfecte oplossing. Bovendien ziet Bardo sterven, net als leven, als een groot avontuur. Hij belooft ook de apparatuur stil te zetten op het moment dat Pa het wil, zodat hij pijnloos kan sterven. Daardoor ziet Pa er minder tegen op en voelt zich een stuk geruster.
Na het feest blijven Bardo en Floor alleen achter. Het oude vuur tussen hen laait weer op, ze bedrijven in de huiskamer de liefde, en voor het eerst in tijden is Floor weer gelukkig. Edwin, ongerust waar zijn vrouw zo lang blijft, gaat naar het huis van Pa terug en treft daar Floor en Bardo beide naakt en slapend aan… voor de tweede keer in zijn leven. Hij wordt woest en loopt weg. 
De volgende ochtend belt hij Hilde en Frank vroeg wakker en gaat met hen naar Pa. Daar aangekomen wordt hij net geschoren door Bardo en ziet er zielsgelukkig uit. Edwin is boos op Bardo en er ontstaat een ruzie. Edwin beschuldigt Bardo voor overspel met zijn vrouw en Bardo beschuldigt Edwin voor verwaarlozing van zijn vrouw. Hoewel Frank medelijden heeft met zijn vader doet hij er niks tegen. Halverwege de ruzie komt Floor binnen, maar die maakt het er niet makkelijker op. Edwin eist dat Bardo vertrekt en dat doet hij ook. 

Floor besluit Bardo achterna te reizen zodra Steffie klaar is met haar schooljaar. Steffie vindt het een goed idee en wil haar neefjes dolgraag zien. Ze zwijgen daarom beide tegen Edwin. Steffie vindt het wel erg moeilijk haar opa achter te laten, omdat de kans dat hij sterft terwijl ze in Spanje is, vrij groot is. 
Op het moment dat ze naar Spanje vertrekken laat Floor een afscheidsbrief voor haar man achter. Daarin schrijft ze dat ze niet meer van hem houdt en naar haar hart moet luisteren. 

Pa heeft altijd gesprekken gevoerd met Ida, zijn overleden vrouw. Hij vertelde tegen haar over heel zijn leven en bedacht zelf haar antwoord terug. Hoewel hij eigenlijk niet echt in het hiernamaals gelooft, verteld hij Ida op zijn sterfmoment toch dat hij eraan komt. Helaas stierf hij in een ziekenhuis met kale, witte muren. Hoe lang hij daar heeft gelegen en wie hem verzorgd heeft wordt niet verteld. 





Verwerking
Bij het bepalen of dit boek onder literatuur of lectuur valt, heb ik de volgende definities aangehouden:



"Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Het is dus een
verzamelnaam voor boeken, stripboeken, pamfletten, tijdschriften en kranten. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere, populaire vorm van geschreven fictie. De rest van dit artikel behandelt lectuur in deze zin. Lectuur wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele verhaallijnen, oppervlakkig getekende personages, weinig vernieuwend in schrijftechniek. In tegenstelling tot de karakters in literatuur, zitten in lectuurstereotypen die altijd oppervlakkig blijven. Ze veranderen niet in het verhaal. De bekendste vormen van lectuur zijn stationsromannetjes met clichématige liefdesverhalen als onderwerp. Lectuur of pulp staat tegenover literatuur. Lectuur wordt soms aangeduid als massaliteratuur, ontsnappingsliteratuur, triviaalliteratuur, amusumentsliteratuur of populaire literatuur. Daaronder vallen dokters-, liefdes-, sciencefiction-, wildwest- en misdaadromans, maar ook vele week- en maandbladen vallen onder deze noemer."


"Literatuur is een evaluatieve term die een waardeoordeel inhoudt. Dit waardeoordeel
varieert naargelang plaats en tijd. De vraag is dus niet zozeer “wat is literatuur?” als “wat
wordt als literatuur beschouwd?”. Het begrip literatuur definiëren draait dus niet zozeer om de term zelf als om de sociaal-culturele achtergrond van degenen die het willen definiëren. Literatuur betekent steeds iets anders naargelang plaats en tijd. Hieronder 5 mogelijke definities van literatuur met daarbij een bedenking:
- literatuur = fictie. Ook niet fictionele teksten worden echter soms als literatuur beschouwd en veel fictionele teksten worden niet als literatuur beschouwd.
- literatuur = bijzonder taalgebruik. Een probleem hierbij is dat bijzonder of te poëtisch
taalgebruik ook in de reclame gebruikt wordt wat het minder bijzonder maakt.
- literatuur = esthetisch, niet-pragmatisch, maar de inhoud is in literaire werken ook van belang.
- literatuur = wat door kenners als literatuur beschouwd wordt.
- literatuur = lezenswaardige teksten"



Een boek wordt literair als het afstand neemt van het normale en toetreedt tot het delicate. Ik denk dat ik met dit 'axioma' de spijker op de kop sla. 
In mijn voldoening van het bedenken van het voorgaande, zou ik graag willen beginnen met de analyse van het boek en stel dan ook meteen: De Zoon uit Spanje, geschreven door Tessa de Loo, is ongetwijfeld literatuur.

Het boek is estethisch en niet-pragmatisch. De inhoud speelt in het verhaal ook een grote rol, maar dit gaat niet ten koste van het kunstzinnige en dat maakt het erg mooi. Het boek neemt onverwachte wendingen en houdt je op de hoogte van allerlei familie-intriges, dusdanig dat het niet voorspelbaar wordt. Dit is een belangrijk aspect voor een literair geschrift.

Verder is bijzonder taalgebruik overvloedig aanwezig in het boek. Je merkt duidelijk dat het een mooie, niet-alledaagse manier van taalgebruik is. Een citaat: 
"Alleen heb ik in plaats van een anonieme slapende priester liever een wakkere gesprekspartner op leeftijd, wiens mening ik hoogacht en die me van repliek dient. Iemand die ook van een goed glas houdt, maar toch helder genoeg blijft om op zijn beurt op te biechten wat ook hij in zijn leven in de omgang met anderen liever beter gedaan zou hebben, wanneer hem ene tweede kans was geboden. (…) Want dat we vanaf onze geboorte tot aan onze dood zijn voorbestemd de ene vergissing na de andere te begaan en dat alleen de wil er iets van te leren ons leven zin geeft."

Tot slot is het boek fictief, wordt het door kenners als literatuur beschouwd en is het absoluut lezenswaardig. Dit in combinatie met bovenstaande argumenten plus het feit dat het totaal niet in overeenstemming met de definities van lectuur overeenkomt, maakt dat ik het boek als volwaardig literair beschouw en ik kom dan ook op het volgende eindoordeel: