Pagina's

woensdag 9 januari 2013

Verwerkingsopdracht Romantiek: Klassieke Muziek





Barok: 

Antonio Vivaldi, Le Quattro Stagioni



  'Le Quattro Stagioni', in het Nederlands 'de Vier Jaargetijden', is een van de bekendste muziekstukken uit de Barok ter wereld. In 1725 werden de stukken door Antonio Vivaldi gepubliceerd. Elk van de vier delen is genaamd naar een seizoen en in de bijbehorende muziek zijn dan ook kenmerken uit deze seizoenen op te merken, van algemene, duidelijkere hoofdgedachten, tot aan details als het blaffen van een hond en onweer in de verte. 
  Elk deel begint met een snel en opgewekt gedeelte (Allegro), gevolgd door een langzamer deel (Andante) en sluit af met wederom allegrogedeelte. De composite staat bekend om zijn vernieuwende melodieëen en harmonieën.



Klassiek:

Ludwig von Beethoven, Ode an die Freude





  Ode an die Freude, Ode to Joy, of Ode aan de Vreugde is een van de geroemdste werken van Ludwig von Beethoven en bekend over de hele wereld. Het omvat enkele van de laatste fragmenten uit de koorfinale van de Negende Symfonie, die voor het eerst werd uitgevoerd in Mei 1824 in Wenen, toen Beethoven al volledig doof was. 
  Bij het Ode an die Freude-gedeelte van deze symfonie wordt ook gezongen. De tekst hierop zijn enkele regels van het gelijknamige gedicht van Friedrich von Schiller. 
  De Raad van Europa koos het stuk in 1972 als volkslied van de Europese Unie. Het vertolkt "zonder woorden, in de universele taal van de muziek, de idealen van vrijheid, vrede en solidariteit waarvoor Europa staat." Mede dankzij deze actie verwierf het stuk nog meer bekendheid en aanzien, wat leidde (en nog steeds) tot veel openbare opvoeringen door heel Europa. Ook werd het een schoolvoorbeeld voor acties als in het filmpje, dat ik hier graag wil laten zien om de impact op de Europese samenleving voor eventjes te laten doordringen.



Romantiek: 

Claude Debussy, Claire de Lune



  Claire de Lune is het derde van vier delen uit de Suite Bergamasque van Claude Debussy. De Suite ontleent zijn titel aan het gedícht Claire de Lune van Paul Verlaine en werd gepubliceerd in 1905, hoewel Debussy er waarschijnlijk al ruim voor de eeuwwisseling mee klaar was. Het stuk is geschreven voor piano. 
  Claire de Lune is ongetwijfeld wel het mooiste gedeelte van de Suite. "De sublieme melodie klinkt als rivieren van dansende noten in een kleurrijke harmonie." Wie zou ik zijn als ik als liefdevol (amateur)pianist in een verslag als dit niet een prachtig pianostuk zou plaatsen? Want hoewel iedereen het al zó vaak heeft gehoord en het bijna een cliché genoemd kan worden, is het een van de allermooiste romantische, impressionistische pianowerken ooit geschreven en mag het hier zeker niet ontbreken.

Klas 6: het Balansverslag


1) Welke literaire boeken spraken je bijzonder aan en waarom?

Om meerdere redenen, meerdere boeken:
De Engelenmaker en de Verdwenen Verdwijning om hun absurditeit, Met Mij Gaat Alles Goed om zijn bijzondere briefstructuur en tot slot misschien nog wel wat ik het allerleukste vind: De Uitvreter, Max Havelaar en De Komst van Joachim Stiller, omdat dat taalgebruik zo geweldig is.


2) Welke literatuurlessen zijn belangrijk voor je geweest? Om welke redenen?

De literatuurlessen die ik me nog goed herinner, en dus belangrijk voor mij zijn geweest, zijn bijvoorbeeld die waarin uitgelegd werd wat alle stromingen precies inhielden. Dit is op het moment dat je ze krijgt misschien niet voor iedereen even leuk of interessant, maar je hebt er de rest van het jaar en waarschijnlijk de rest van je leven nog een heleboel aan.



3) Welke ervaring(en) met literatuur hebben absoluut weerstand opgeroepen? Hoe verklaar je die weerstand?

Hier heb ik vrij weinig last van gehad, behalve op een paar specifieke momentjes. Zo was er, als ik goed nadenk, in de vierde klas een opdracht waar je boekkeuze niet per se strikt verplicht werd gesteld, maar wel zeer beperkt werd. Er waren op een zeker moment in het jaar maar bepaalde schrijvers binnen een bepaalde stroming/genre waaruit je een boek mocht kiezen. Ten eerste was dit maar voor één boek en ten tweede is het betreffende boek mij ook alles behalve tegengevallen, dus achteraf gezien koester ik weinig wrok meer.
Verder heeft een bepaalde tijdsperiode in datzelfde vierde jaar mij, vanwege de docent, waarvan ik er drie heb meegemaakt dat jaar, niet erg aangesproken, maar ook daar ben ik godzijdank heelhuids uitgekomen.



4) Ben je in de loop van de tijd dat je met literatuur bezig was er anders naar gaan kijken?

In het begin van het literatuuronderwijs (in de bovenbouw) roept alleen de term al grote emoties op bij ieder en vindt iedereen het saai. Nu was dit bij mij niet zodanig dat ik mij perfect kan identificeren bij deze voorgaande zin, maar ik moet wel bekennen dat literatuurtheorie niet mijn grootste hobby was. Toch, en dat merk ik bij zo veel andere zaken (zoals de Romereis) ook, hoe meer je van iets afweet, hoe leuker het wordt. Literatuur was hier geen uitzondering op en inmiddels vind ik het geweldig om aan mezelf te kunnen vertellen dat een boek in een bepaalde stroming hoort omdat daarom en daarom. Dat is de grootste verandering die ik heb doorgemaakt de afgelopen paar jaar.



5) Loop je blog nog eens door en stel vast waarmee je uiteindelijk al dan niet tevreden kunt zijn, waar het gaat om je aanpak bij het werkproces en je studievaardigheden.

Ik denk eerlijk gezegd niet dat er veel missers of dingen waar ik spijt van heb in mijn blog staan. Ik stop altijd veel enthousiasme in opdrachten waarbij geschreven moet worden en dit was daar alles behalve een uitzondering op. Ik vond het leuk om een qua taalgebruik leuk verslag neer te leggen en dat deed ik ook met alle liefde in de reacties op de verslagen van anderen.


6) Welke plaats denk je dat de literatuur in het vervolg van je leven te kunnen geven?

Ik weet zeker dat ik altijd zal blijven lezen, zolang ik mijn armen en ogen nog kan bewegen. Maar niet alleen literatuur als die hier op de blog staat. Ik ben immers ook een groot fan van journalistieke boeken. In tijden van mindere drukte wisselde ik dan ook altijd een literatuurboek af met dit soort boeken, variërend van een boek over Romeinse keizers en de macht van hun imago, tot een boekje met een grootse verzameling van taalfouten, -misvattingen en -ergernissen. De combinatie van educatie en ontspanning. Dit wil ik graag zo snel mogelijk weer oppakken, want die afwisseling is een gouden vorm in mijn ogen.


7) Welk advies heb je voor je literatuurdocenten?

Ik denk dat het leuk is om waar dat kan nóg meer met de nieuwe media en het internet te doen. De sectie Nederlands loopt bij ons op school hierin al erg voorop, maar nog steeds moet blijven worden nagedacht over uitbreiding van het project. De voordelen die zitten aan bijvoorbeeld alleen al deze blog, zijn geweldig en doorbrekend. Blijf daarom zoeken naar meer!



Verwerkingsopdracht Verlichting: het Imaginair Reisverhaal


            Marcus’ Reizen ende Ondervindinghen


  En het gebeurde in die dagen dat een vooraanstaand inwoner van de Regionis Humile werd verbannen uit het land. Laten we teruggaan naar het begin, voordat wij onze reis vervolgen.


Het is aangevangen ten tijde dat Marcus Monssolis, een invloedrijk persoon en aanstormend politiek talent, begon zijn gedachtestromen over de gemiddelde kiezer te verkondigen. De democratie was nog jong. Een ideaal. Dus heilig, die tijd. Niemand moest het in zijn hoofd halen om ook maar een tipje van het gordijn op te trekken waarachter zich het grote kwaad bevond: uitsluiting. Maar dat deed Marcus wel. Hij zag namelijk hoe het systeem gecorrumpeerd raakte, hoe het misbruikt werd, het reeds op zijn eind liep. Een verandering in denken moest worden gemaakt! De keuzen waren helder: verandering van de bestuurlijke moraal, of terug naar vóór de democratie. De meute is immers dom. Het volk is eendrachtig, eenvoudig te misleiden. Een speelbal in de handen van de woordkunstenaar. Maar Marcus werd niet geloofd voor zijn uitingen; hij werd uitgejouwd, niet begrepen. Verbannen naar een verre, arme kolonie, zonder natuurlijke rijkdommen of enige toekomst.

Daar liet hij het echter niet bij zitten. Zodra hij een kans zag om te vluchtten, had hij de benen al genomen. Hij besloot een solozeiltocht rond de wereld te gaan maken, maar had kunnen weten dat je zonder enige zeilervaring niet ver komt over de oceanen en al snel ging het helemaal mis. Stormen overdonderden hem en zijn bootje zonk. Zich vastklampend aan het overblijfsel van wat planken en een stuk zeil, werd hij overrompeld door de verschrikkingen van de zee. De hitte, het zout, de gevaren onder water.
Het volgende wat hij voelde, was zand onder zijn lichaam. En touwen om al zijn ledematen. Hij sloeg zijn ogen open en zag allemaal mannetjes voor zich staan. Ietwat kleine mannetjes, met alle een mollig postuur, een onverzorgd baardje, warrig, onverzorgd haar, een peuk in hun mond, uitgegroeide kleren en een bouwvakkersspleet. En ze heetten allemaal Henk. 

De Henken namen Marcus mee naar hun stad, waar hij het vrouwvolk ontmoette. Precies dezelfde eigenschappen als de mannen hadden zij, zelfs de gezichtsbeharing, in zekere mate. Ze heetten allemaal Ingrid. 
Terwijl Marcus vol ongenoegen keek naar de onbeschaafde, asociale, bijna barbaarse praktijken á la Tokkie die zich afspeelden in dit Pévéveopolis, zoals de stad genoemd werd, doemde langzaamaan het gebouw op wat hun bestemming leek te zijn: het regeringsgebouw. En daar zat de grote leider, de aanvoerder van de silvestre RS-partij, als enige partij, in wat ooit ook een democratie was, maar misvormd is door populisme. Alleen degene met de mooie praatjes was nog overgebleven. Zo werd het alsnog een dictatuur, maar dan zonder de voordelen. En juist op het moment dat de gruwelijke straf die hem na het raadplegen van de uitslag van een volksenquête was opgelegd, zou worden uitgevoerd, werd hij wakker. 

Hij lag weer in zijn chique bed in Regionis Humile, op pluche kussens en onder een warm deken, niets was gebeurd. Maar geleerd had hij wel dat je sommige dingen, al zijn ze nog zo waar, al is er nog zo veel vrijheid van meningsuiting, al zijn ze nog zo noodzakelijk,
gewoon niet kunt zeggen.



(Voelt u zich vrij om de Latijnse termen, Mons solis, Regionis Humile en silvestre RS, in Google Translate te vertalen, teneinde de metaforen in dit verhaal beter te kunnen begrijpen)

maandag 7 januari 2013

Klas 6: Boekverslag, De Engelenmaker, Stefan Brijs

Type verslag: Algemeen

Algemene informatie:


Stefan Brijs, De Engelenmaker
2005, Uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen
ISBN 978 90 450 1384 8
429 pagina's


Genre: (Psychologische) Roman


Samenvatting

“De Engelenmaker” bestaat uit drie delen.
Het eerste deel speelt in het heden en vertelt hoe Dokter Victor Hoppe terugkomt in zijn geboorteplaats Wolfheim, een dorpje vlakbij het drielandenpunt. Met zijn hazenlip en zijn rode haren maakt hij een eigenaardige indruk. Hij heeft drie kinderen bij zich, die naar geruchten een spleet over hun hele gezicht hebben. De bewoners van Wolfheim moeten niets hebben van de rare dokter, maar na een aantal genezingen merkt men dat hij best meevalt. Ook zijn zoons vallen mee, ze hebben een hazenlip net als hun vader en lijken sprekend op elkaar. Als de dokter de namen van de kinderen noemt, schrikken de bewoners toch wel. Ze heten Michaël, Rafaël en Gabriël, net als de aartsengelen.
De dokter huurt een huishoudster, Frau Maenhout, in, die steeds meer te weten komt over de dokter en zijn kinderen. De dokter gedraagt zich namelijk erg vreemd; hij toont geen emoties, wil absoluut niet dat zij de kinderen over God vertelt en de kinderen mogen nooit naar buiten. Nu zou men hem autistisch hebben genoemd, het syndroom van Asperger, maar toen kenden ze dat nog niet. Als Frau Maenhout bijna achter de waarheid is, komt zij door een vreselijk ongeluk om het leven.In het tweede deel, dat afwisselt tussen Victor Hoppes jeugd en zijn tijd als student, wordt duidelijk wat er met de dokter en zijn kinderen aan de hand is. Victor Hoppe heeft de eerste jaren van zijn leven als “debiel” in een gesticht doorgebracht. De enige die gelooft dat hij niet debiel is, is Zuster Marthe. Zij leert Victor lezen en praten. Na een paar jaar haalt zijn vader hem uit het gesticht. Victor komt terecht op een universiteit. Hij blijkt een briljant genie in het klonen van zoogdieren. Eerst oefent hij op muizen, later op mensen. En inderdaad, zijn kinderen zijn klonen, van hem. Helaas gedraagt Victor zich raar, waardoor de staf van de universiteit aan hem twijfelt. Rex Cremer, de stafarts, is de enige die weet wat er precies aan de hand is. Hij raakt verstrikt in wat hij weet.In het derde deel, weer het heden, komt Rex Cremer opnieuw in aanraking met Dokter Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Dokter Hoppe vertelt hem wat er mis is met de kinderen. Ze worden te snel oud; elk jaar van hun leven telt voor tien tot vijftien jaar. Dan komt ook de draagmoeder van de jongetjes haar “kinderen” opzoeken. Als ze bij Dokter Hoppes huis aankomt is er al één dood. Ze brengt de laatste dagen van hun leven met ze door.Uiteindelijk, terwijl de dorpsbewoners de kruistocht van Jezus op de Vaalserberg volgen, kruisigt Dokter Hoppe zichzelf. Hij vergelijkt zichzelf met Jezus en dit is volgens hem de opdracht die hij moet volbrengen. Hij eindigt aan het kruis, terwijl het hele dorp sprakeloos toekijkt.





Verwachtingen

"Jullie mogen hier niet van school gaan voordat jullie een boek van Stefan Brijs hebben gelezen!", zo sprak onze leraar tegen Tobias en mij.
Mijn verwachtingen toen ik dit boek in mijn handen gedrukt kreeg waren daardoor uiteraard hooggespannen. Met niets meer dan de informatie van de flaptekst en een sterke aanbeveling van een ervaringsdeskundige begon ik het boek te lezen. En uiteindelijk, zo kan ik vertellen, bleek het een boek van jewelste, een om te onthouden.


Motieven en Thema's

Geloof en ethiek zijn de belangrijkste thema's in De Engelenmaker. Losstaand, maar ook in combinatie. Om te beginnen zijn Bijbelse aspecten en uitspraken een terugkerend element. "God geeft en God neemt." en "U heeft God het nakijken gegeven." zijn zomaar twee uitspraken waarin God een niet onbetekenende rol speelt. Ethiek komt terug op het gebied van Hoppes mening over goed en kwaad. Hij gelooft hier namelijk niet in een middenweg, alleen in de twee uitersten. Men is óf goed, óf slecht.
Deze twee aspecten komen samen wanneer Hoppe betuigt dat God slecht is. Immers heeft hij Jezus verlaten toen deze aan het kruis hing en van daaruit redeneert onze hoofdpersoon verder. Langzaamaan begint het erop te lijken dat zo'n beetje alles wat God doet en gedaan heeft naar Hoppes mening slecht is, in tegenstelling tot Jezus, die een idool voor hem is en waar hij zichzelf mee vergelijkt.
Zowel deze significant andere kijk op God en Jezus als de 'lef' om zich als sterveling te vergelijken met de Zoon van God zijn voor ons schokkende zaken. Toch worden deze in het boek onderbouwd op een manier waarop de lezer begrip krijgt voor de situatie, wat een lastige, maar geslaagde zaak is voor de schrijver.

Het leven in een klein dorp zie ik als een fantastisch motief in dit boek, met roddels als de onderliggende hoofdgedachte. Het leven in een kleine gemeenschap als Wolfheim brengt met zich mee dat alles bekend is, open is, en zodra er iets gebeurd is wat nog niet iedereen weet, hoef je niet lang te wachten totdat dat wel het geval is. De dokter en zijn rare, zelden geziene kinderen zijn wanneer zij in het dorp komen wonen het gesprek van de dag, vanwege de eigenaardigheid. Later, als de dokter sterk in aanzien stijgt, wil dan opeens iedereen zo dicht mogelijk bij de dokter staan, om ofwel belangrijk te lijken, een graantje mee te pikken, of meer roddels te kunnen verzamelen. Eigenlijk maakte dit boek betreft dit motief mij weer duidelijk wat de hypocrisie van de meute kan zijn en hoe privacy een begrip van pas de laatste jaren is, doch nu al mislukt. Maar dat, beste mensen, is weer een heel ander verhaal.

Tot slot kan ik achter in de rij wellicht ook medische vooruitgang plaatsen als motief. In combinatie met de aspecten van het dorpsleven die ik net beschreef, laat de schrijver zien hoe de wetenschap samenleving en tijdsmoraal vooruit kan zijn. Ook wordt, als je het dorp bekijkt als metafoor voor de samenleving, op interessante wijze een link gelegd met de hedendaagse denkwereld betreft medische ethiek, waar ook weer de laatste tijd een hele hoop om te doen is.



Beoordeling

Tijd:
Het boek is duidelijk ingedeeld in tijdsvakken. De schrijver vermeldt regelmatig exacte data. Zo weten we dat Victor Hoppe wordt geboren op 4 juni 1945 en sterft op zondag 21 mei 1989. Deel I speelt van 14 oktober 1984 tot 1988. Deel II loopt van zijn geboorte tot aan de zomer van 1984, waarin het experiment van zijn persoonlijke kloning plaatsvindt. Deel III behandelt dan weer de periode van 1988 tot 21 mei 1989. De korte epiloog, hoofdstuk 12, heeft plaats op zaterdag 19 mei 1990.

Ruimte:
Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in het dorp Wolfheim, een klein, Duitstalig, fictief dorpje in België, vlakbij het drielandenpunt en de Vaalserberg. Het dorpje is katholiek, enigszins ouderwets en terughoudend en de beschreven bewoners hebben veelal typische eigenschappen, maar worden ook vaak als geheel tentoongesteld. Zoals ik al beschreef bij Motieven en Thema's zijn het dorp en diens bewoners in mijn ogen een ontzettend interessante locatie en komt het goed uitgedacht op mij over. De precieze ligging, grootte, inwonereigenschappen, moraal en ga zo maar door, het klopt allemaal precies. Daarbij vormt het dorp, met de eigenschappen die ik net noemde, een geweldig doch grillig contrast met de wetenschappelijke experimenten van de nieuwe inwoner: dokter Hoppe.


Eindoordeel

Door het bovenstaande verslag heen heb ik al af en toe mijn lof geuit tegenover bepaalde aspecten van dit boek die mij erg aanspreken. De thema's en motieven waar ik in het boek op stuitte, vind ik buitengewoon interessant. Over de 'clash' tussen religie, ethiek en wetenschap - in trio, maar ook elk in combo - vind ik altijd erg leuk om te lezen en ik denk dat dit aspect velen met mij aanspreekt. 
De bedachtzaamheid waarmee de ruimte is uitgekozen, vind ik lovenswaardig. Alles klopt. Van hieruit sla ik dan ook graag gelijk een brug naar de sociale en maatschappelijke elementen in dat dorp, zoals ik beschreef bij het motief over het dorpsleven. Interessante ontwikkelingen, psychologische verschijnselen en maatschappelijke kwesties: alle spelen een rol in het dorpje. Dit vind ik denk ik nog wel het allerleukste aan De Engelenmaker, waarvan ik tegen iedereen kan zeggen: als je geen zin hebt in lange, lastige zinnen, ook al heb je geen enkele scheikundige kennis (zoals ook ikzelf) en als je ook maar een greintje maatschappelijke interesse hebt,
dan moet dit boek gelezen worden.

woensdag 28 november 2012

Klas 6: Boekverslag, De Komst van Joachim Stiller, Hubert Lampo

Type verslag: Algemeen

Algemene informatie:



Hubert Lampo, De Komst van Joachim Stiller

1960, J.M. Meulenhoff
ISBN 9789029067966
181 pagina´s


Genre: Roman



Samenvatting

Dit boek geeft een zakelijk verslag van hetgeen de ik-figuur, de zevendertigjarige vrijgezel Freek Groenevelt, overkomt. Reeds in het eerste hoofdstuk blijkt een alledaagse bezigheid - het openbreken van een straat - een geheimzinnige aangelegenheid te zijn. Groenevelt schrijft er een stukje over in de "Scheldebode" en komt daardoor in contact met Keldermans, de wethouder van Publieke Werken. Deze onthult dat er dingen gebeuren die hem angstig maken. Groenevelt begrijpt er niets van en gaat ontsteld weg. 
Hij ontvangt een brief, die ruim anderhalf jaar vóór zijn geboorte is gepost. De schrijver, Joachim Stiller, kondigt gebeurtenissen aan "welke naar uw oordeel niet aan de algemeen gangbare logica beantwoorden". Ook Keldermans krijgt brieven van Stiller, evenals Simone Marijnissen, een wiskundelerares, die verbonden is aan het letterkundige tijdschrift Atomium

Er ontstaat een verhouding tussen Simone en Groenevelt, waarbij de mysterieuze Joachim Stiller een aloverheersende rol speelt. De beide gelieven ontvangen op allerlei wijzen tekens van deze bovennatuurlijke figuur. In het antiquariaat van Geert Molijn koopt Groenevelt een zestiende-eeuws boek, getiteld "De Apocalyps, zijnde het Visioen van Johannes op Patmen. Uytgelegt ende verklaert door Joachim Stiller, Meester in de Theologie tot Augsburg". ‘s Morgens vroeg wordt Simone opgebeld door iemand die zich Joachim Stiller noemt. Ze doet Freek hierover verslag : "Wat hij me vertelde, (...) kwam hierop neer, dat het niet dapper van me was geweest, jou verleden nacht aan je lot over te laten, dat jij je verschrikkelijk eenzaam en verdrietig voelde, dat wij nooit een mens aan de eenzaamheid mogen prijs geven en dat ik me zelf geen zand in de ogen hoefde te strooien". Freek en Simone brengen een bezoek aan de paleograaf professor Schoenmakers, die verklaart dat de brief die Freek van Joachim Stiller heeft gekregen, inderdaad 38 jaar oud is. Als ze op een nacht samen zijn op de kamer van Freek, begint plotseling het carillon van de kathedraal te spelen. Het geluid is zeer sterk en een onwezenlijk blauw licht hangt over de daken. Voor niemand anders in de hele stad, behalve voor Keldermans, zijn deze verschijnselen waarneembaar. De kunsthandelaar Wiebrand Zijlstra ("de ondernemende") heeft het in zijn hoofd gezet de arme Siegfried te pousseren tot gevierd kunstenaar (om er zelf flink aan te verdienen). Hij heeft Siegfrieds talent ontdekt op de wanden van een openbaar urinoir. Siegfried is "doofstom, tevens volkomen idioot (...) en aan een beetje epilepsie schijnt hij ook te laboreren". Als Siegfried op een cocktailparty wordt "geshowd", ontsnapt hij. Hij klimt het dak op en stort te pletter op het betonnen laadperron voor het gebouw. Vlak voor hij sterft, stamelt deze doofstomme nog : "Stiller... Zeg aan Sti...". Het wordt Groenevelt langzamerhand onbehaaglijk te moede, vooral als hij ook nog een affiche ziet van "Circus Stiller". Samen met Simone bezoekt hij een voorstelling van het circus; hij krijgt een fractie van een seconde contact met de zwarte harlekijn. Hij raakt overspannen en gaat naar een psychiater. Hij ondergaat een chemici-analyse waarbij hij vertelt dat hij jaren geleden getuige is geweest van een raketaanval op Antwerpen. Een Amerikaanse soldaat werd getroffen en Groenevelt was getuige van zijn sterven. Nu herinnert hij zich dat de soldaat Joachim Stiller heette. Intussen is gebleken dat Simone zwanger is. Per brief kondigt Joachim Stiller zijn komst aan; hij zal bij het Zuiderstation verschijnen. Groenevelt, Simone, Molijn en Keldermans gaan erheen. Stiller - Groenevelt herkent in hem de Amerikaanse soldaat - komt uit het station en wordt door een legervoertuig doodgereden. De politie kan hem niet identificeren. Hij wordt opgebaard; drie dagen later is zijn lijk verdwenen. Met de komst van Joachim Stiller verandert veel in het leven van de hoofdfiguren. 



Verwachtingen


Mijn verwachtingen van dit boek waren redelijk hoog voordat ik begon het te lezen. Een door de leraar van harte aanbevolen boek móet toch zeker ook wel iets goeds in zicht hebben en daarbij deden de aangekondigde allegorieën mij vermoeden dat dit wel eens een heel interessant verhaal kon zijn.



Thema's


De belangrijkste thema´s die in dit boek voor de dag komen zijn liefde en verlossing.

De liefde komt, naar ik vernomen heb, vaker aan bod in de verhalen van Lampo, doch nooit met de bedoeling situaties die uitlopen in wilde vrijpartijen te kunnen beschrijven, maar altijd maakt hij gebruik van de liefde die redt en levenskracht biedt. In dit boek wordt dit thema voor het grootste gedeelde vertegenwoordigd door Simone. Zo zou bijvoorbeeld het kindje waarvan zij tegen het einde van het boek in verwachting is, kunnen terugwijzen op die prachtige liefde, met het toekomstig kind als teken van nieuw geluk.
Verlossing anderzijds is ook een belangrijk thema in het boek, vooral met betrekking tot de 'complicaties des levens' van de hoofdpersoon, zoals ik het maar even zou willen noemen om in de geweldige schrijfstijl van Lampo te blijven. Freek heeft te doen met diepe innerlijke angsten en wordt hiervan verlost door Joachim Stiller. Dit laatste hangt samen met het feit dat Stiller symbool staat voor Jezus Christus; daarover later meer.


Beoordeling


De schrijfstijl is geweldig. Ik houd zelf ontzettend van de ingewikkeldste zinsconstructies en rijkelijk archaïsch woordgebruik en wordt in die toegenegenheid op mijn wenken bediend. Zinnen van tien- en tientallen woorden, veel bijvoeglijke naamwoorden en bijzinnen alom. Ik ga hier ook verder geen woorden meer aan vuil maken, want die zullen in het niet vallen; daarom hier twee citaten, (die ook al in de samenvatting vermeld staan):

"(...) en aan een beetje epilepsie schijnt hij ook te laboreren." 
"[situaties,] welke naar uw oordeel niet aan de algemeen gangbare logica beantwoorden"
Heerlijk.

Na wat op internet rondgeneusd te hebben over dit boek, kwam ik betreft tijd en ruimte nog een interessante interpretatie tegen. De ruimte is in veel boeken belangrijk en ook in dit verhaal speelt Antwerpen een rol, maar het is interessanter om hier naar de omstandigheden van deze ruimte te kijken, oftewel het weer. Een nieuwe raadselachtige gebeurtenis rondom Stiller wordt altijd begeleid met zonnig weer, de regen komt samen met de rust. Dit verschijnsel wordt ondersteund door citaten uit de bijbel (respectievelijk Maleachi 4:2 en Deuteronomium 28:12, voor de liefhebber.) Ik vond dit een interessante constatering van de helaas anonieme persoon op Het Internet.

Qua tijd is een noemenswaardig feit om te melden dat de tijdsaanduidingen in het boek vrij specifiek zijn aan het begin van het boek en tegen het einde vager worden. Dit interpreteerde ik zelf als een mogelijke vergelijking met het duidelijke geboortejaar van Jezus, het jaar 1 (hoewel nieuw onderzoek duidt op het jaar 6 of 7 v. Chr, maar ach) en het onduidelijke sterfjaar, ergens tussen 27 en 36 n. Chr. Vergeef mij als deze interpretatie ietwat vreemd is, desalniettemin zeker niet oninteressant.


Eigen mening


Over het algemeen heb ik het een zeer interessant boek gevonden om te lezen. De allegorie waarover ik was verteld, is zeer zeker en erg duidelijk naar voren gekomen en gaf een heel interessante belichting aan het verhaal. Soms werd ik enigszins in het ongewisse gelaten en moest er even goed overdacht worden, maar het is zeer de moeite waard om te lezen en het taalgebruik... ach, kostelijk. Velen vinden het maar taai en ondoorgrondelijk en dat begrijp ik volkomen, maar taal is kunst, en ik houd van die kunst.

maandag 29 oktober 2012

Klas 6: Boekverslag, De Uitvreter, Nescio

Type verslag: Literatuur of lectuur?

Algemene informatie


Nescio (Jan Hendrik Frederik Grönloh), De uitvreter
Voor het eerst uitgegeven in De Gids, Amsterdam, 1911.


Genre: Novelle

Samenvatting

'De uitvreter' is de bijnaam van Japi. De verteller, Koekebakker, heeft Japi via zijn vriend Bavink ontmoet. Bavink was Japi tegengekomen in Veere, Zeeland. Bavink en Japi zijn kameraden geworden en leven van de opbrengst van de schilderijen die Bavink maakt. Japi maakt er een gewoonte van om ook van andere vrienden te profiteren, ook Koekebakker is daar het slachtoffer van. Na verloop van tijd verliest men Japi uit het oog, maar dan ontmoeten ze hem weer: Japi heeft een baan gevonden (via zijn vader) en is geen uitvreter meer. Gelukkig voelt hij zich daar echter niet bij. Voor zijn werk moet Japi naar Afrika en na twee jaar komt hij terug: 'ziek, half dood.' Enige maanden daarna pleegt Japi zelfmoord door van een brug af te springen. 


Verwerking

Bij het bepalen of dit boek onder literatuur of lectuur valt, heb ik de volgende definities aangehouden:


"Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Het is dus een
verzamelnaam voor boeken, stripboeken, pamfletten, tijdschriften en kranten. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere, populaire vorm van geschreven fictie. De rest van dit artikel behandelt lectuur in deze zin. Lectuur wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele verhaallijnen, oppervlakkig getekende personages, weinig vernieuwend in schrijftechniek. In tegenstelling tot de karakters in literatuur, zitten in lectuurstereotypen die altijd oppervlakkig blijven. Ze veranderen niet in het verhaal. De bekendste vormen van lectuur zijn stationsromannetjes met clichématige liefdesverhalen als onderwerp. Lectuur of pulp staat tegenover literatuur. Lectuur wordt soms aangeduid als massaliteratuur, ontsnappingsliteratuur, triviaalliteratuur, amusumentsliteratuur of populaire literatuur. Daaronder vallen dokters-, liefdes-, sciencefiction-, wildwest- en misdaadromans, maar ook vele week- en maandbladen vallen onder deze noemer."

"Literatuur is een evaluatieve term die een waardeoordeel inhoudt. Dit waardeoordeel
varieert naargelang plaats en tijd. De vraag is dus niet zozeer “wat is literatuur?” als “wat
wordt als literatuur beschouwd?”. Het begrip literatuur definiëren draait dus niet zozeer om de term zelf als om de sociaal-culturele achtergrond van degenen die het willen definiëren. Literatuur betekent steeds iets anders naargelang plaats en tijd. Hieronder 5 mogelijke definities van literatuur met daarbij een bedenking:
- literatuur = fictie. Ook niet fictionele teksten worden echter soms als literatuur beschouwd en veel fictionele teksten worden niet als literatuur beschouwd.
- literatuur = bijzonder taalgebruik. Een probleem hierbij is dat bijzonder of te poëtisch
taalgebruik ook in de reclame gebruikt wordt wat het minder bijzonder maakt.
- literatuur = esthetisch, niet-pragmatisch, maar de inhoud is in literaire werken ook van belang.
- literatuur = wat door kenners als literatuur beschouwd wordt.
- literatuur = lezenswaardige teksten"


Er hoefde door mij niet lang nagedacht te worden toen ik mij afvroeg welk type verslag ik voor 'De Uitvreter' wilde gaan gebruiken: ik was er snel uit dat dit wel de 'Literatuur of Lectuur'-variant moest worden. Het boek wordt immers door nagenoeg alle hedendaagse recensenten als fantastische literatuur beschouwd en alom geloofd, terwijl in de tijd van publicatie een totaal tegenovergestelde consensus heerste. Om nu eens voor mijzelf te kijken of ik het verhaal als literatuur of lectuur zou beoordelen, koos ik voor dit type verslag.

Om te beginnen is het boek fictie. Veruit de meeste literaire verhalen zijn fictie, maar natuurlijk is niet elk fictioneel verhaal ook literair. Toch wordt de al dan niet fictionaliteit van een verhaal vaak als eigenschap van literatuur gegeven en zo ook in de gegeven definitie in de taakbeschrijving van deze opdracht.

Het boek is ook esthetisch en niet-pragmatisch. De inhoud speelt echter wel een rol, maar ik denk dat velen het er wel over eens zullen zijn dat die inhoud niet bepaald als diepgaand kan worden getypeerd. 
Dit laatste punt kan wel weer in combinatie worden gezien met het zeer eenvoudige taalgebruik voor die tijd. Het is dan wel onveranderde en onvertaalde taal uit 1911, dus voor onbekenden met deze taalvorm wellicht af en toe enigszins lastig te volgen, maar eigenlijk denk ik dat slechts zeer weinige hier last van zullen hebben, daar er praktisch nooit diepere betekenissen achter de zinnen liggen. Het taalgebruik zou dus wél weer als pragmatisch kunnen worden beschouwd. 
Een citaat:
[Japi spreekt over de dikke, stompe kerktoren van Zierikzee, die hij in de verte, na lange tijd, weer ziet:] "Dikke Jan, die oue geduldige dikke Jan, hij staat er nog. Ik dacht 't wel. Ja hoor, hij staat er nog." En toen vroeg Bavink of i altijd zoo'n lol had en toen zei Japi: "Ja", meer niks.
Hierbij vermeld hebbende dat er hierop nog welgeteld drie zinnen volgen die beginnen met "En toen ...", was het voor mij duidelijk dat het taalgebruik - zeker in die tijd - eerder het etiket 'lectuur' dan 'literatuur' opgeplakt zou krijgen, hoewel deze manier van schrijven in combinatie met het nu archaïstische karakter ervan het wel ontzettend plezierig en grappig maakt om te lezen. Zo kan ik vertellen dat ik kostelijk heb gelachen om het door mij gegeven citaat toen ik het zelf las in het boek.

Daarbij is het taalgebruik niet alles! Het is immers zeker een zeer lezenswaardige tekst. Ik zou het iedereen kunnen aanbevelen die iets luchtigs, maar toch ook literarairs wil lezen. En met deze zin verklap ik al mijn eindoordeel over de literaire waarde van dit verhaal, want ook nog eens buiten het feit dat elke zelfrespecterende hedendaagse recensent dit boek als literatuur beschouwd, wat ook nog een genoemd literatuuraspect in de opdracht is, beschouw ik dit boek als een waardig literair geschrift en dat brengt mij na wegen en meten en na al het bovenstaande tegen elkaar te hebben weggestreept op het volgende eindoordeel:




vrijdag 8 juni 2012

Klas 5: Boekverslag, De Zoon uit Spanje, Tessa de Loo

Type verslag: Literatuur of lectuur?


Algemene informatie



Tessa de Loo, De Zoon uit Spanje
©2004, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen
ISBN 90 295 2817 6
173 pagina's



Genre: Roman


Samenvatting
Pa is oud en ziek en heeft nog maar enkele maanden te leven. Zijn vrouw Ida is al lang geleden omgekomen bij een verkeersongeval. Ze hebben samen vier kinderen: Edwin, Hilde, Frank, en Bardo. Bardo heeft op zijn 19e het ouderlijke huis verlaten en is naar Zuid-Europa vertrokken na een ruzie met zijn vader. Bardo had Floor, pas 17 jaar oud en enige tijd daarvoor nog de vriendin van Edwin, bevrucht. Daardoor kwam Floor bij hen inwonen. Pa had het erg moeilijk met gezichtverlies en vertelde in een ruzie dat Bardo nooit meer terug hoefde te komen. En dat heeft hij ook niet gedaan. Hij zocht geen contact meer met zijn vader, maar sprak zijn moeder soms nog wel. Hoewel Bardo vertrokken was bleef Floor daar wonen en werd getroost door Edwin. Haar zoontje leefde maar één dag en later trouwde ze met Edwin. Ze kregen samen één dochter, Steffie.

Omdat Pa zijn verjaardag waarschijnlijk zijn laatste zal zijn willen zijn kinderen iets speciaals doen. Hilde, wie als enige van de kinderen nog contact met Bardo heeft, stelt voor Bardo uit te nodigen voor een laatste familiereünie. Hoewel Edwin er niet blij mee komt Bardo vanuit Spanje naar zijn vader. Bardo blijkt ondertussen een gezin te hebben en twee zoons. Zijn leefstijl verschilt totaal met de leefstijl van zijn broers en zussen. Hij leefde eerst als muzikant en nu verzorgt hij bomen. Hij ziet het leven als één groot avontuur en reist erg veel omdat hij niet van gebondenheid houdt. Als hij reist, heeft hij ook maar enkele bezittingen op zak en hij gaat waar de wind hem brengt. 
Steffie is zwaar onder de indruk van haar oom, maar haar vader, Edwin, stelt zich erg vijandig op. Hij is erg materialistisch ingesteld en vreest natuurlijk dat zijn vrouw weer voor Bardo zal vallen. Floor is op dat moment erg ongelukkig en gebruikt verschillende antidepressiva. 
Pa heeft verzorging nodig, maar wil zijn laatste maanden niet in een verzorgingstehuis doorbrengen. Omdat alleen Hilde enkele dagen in de week kan helpen stelt Bardo voor die taak op zich te nemen. Hij heeft alle tijd en kan zo een deel van de verloren tijd met zijn vader inhalen. Dit leek de perfecte oplossing. Bovendien ziet Bardo sterven, net als leven, als een groot avontuur. Hij belooft ook de apparatuur stil te zetten op het moment dat Pa het wil, zodat hij pijnloos kan sterven. Daardoor ziet Pa er minder tegen op en voelt zich een stuk geruster.
Na het feest blijven Bardo en Floor alleen achter. Het oude vuur tussen hen laait weer op, ze bedrijven in de huiskamer de liefde, en voor het eerst in tijden is Floor weer gelukkig. Edwin, ongerust waar zijn vrouw zo lang blijft, gaat naar het huis van Pa terug en treft daar Floor en Bardo beide naakt en slapend aan… voor de tweede keer in zijn leven. Hij wordt woest en loopt weg. 
De volgende ochtend belt hij Hilde en Frank vroeg wakker en gaat met hen naar Pa. Daar aangekomen wordt hij net geschoren door Bardo en ziet er zielsgelukkig uit. Edwin is boos op Bardo en er ontstaat een ruzie. Edwin beschuldigt Bardo voor overspel met zijn vrouw en Bardo beschuldigt Edwin voor verwaarlozing van zijn vrouw. Hoewel Frank medelijden heeft met zijn vader doet hij er niks tegen. Halverwege de ruzie komt Floor binnen, maar die maakt het er niet makkelijker op. Edwin eist dat Bardo vertrekt en dat doet hij ook. 

Floor besluit Bardo achterna te reizen zodra Steffie klaar is met haar schooljaar. Steffie vindt het een goed idee en wil haar neefjes dolgraag zien. Ze zwijgen daarom beide tegen Edwin. Steffie vindt het wel erg moeilijk haar opa achter te laten, omdat de kans dat hij sterft terwijl ze in Spanje is, vrij groot is. 
Op het moment dat ze naar Spanje vertrekken laat Floor een afscheidsbrief voor haar man achter. Daarin schrijft ze dat ze niet meer van hem houdt en naar haar hart moet luisteren. 

Pa heeft altijd gesprekken gevoerd met Ida, zijn overleden vrouw. Hij vertelde tegen haar over heel zijn leven en bedacht zelf haar antwoord terug. Hoewel hij eigenlijk niet echt in het hiernamaals gelooft, verteld hij Ida op zijn sterfmoment toch dat hij eraan komt. Helaas stierf hij in een ziekenhuis met kale, witte muren. Hoe lang hij daar heeft gelegen en wie hem verzorgd heeft wordt niet verteld. 





Verwerking
Bij het bepalen of dit boek onder literatuur of lectuur valt, heb ik de volgende definities aangehouden:



"Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Het is dus een
verzamelnaam voor boeken, stripboeken, pamfletten, tijdschriften en kranten. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere, populaire vorm van geschreven fictie. De rest van dit artikel behandelt lectuur in deze zin. Lectuur wordt gekenmerkt door eenvoud: simpele verhaallijnen, oppervlakkig getekende personages, weinig vernieuwend in schrijftechniek. In tegenstelling tot de karakters in literatuur, zitten in lectuurstereotypen die altijd oppervlakkig blijven. Ze veranderen niet in het verhaal. De bekendste vormen van lectuur zijn stationsromannetjes met clichématige liefdesverhalen als onderwerp. Lectuur of pulp staat tegenover literatuur. Lectuur wordt soms aangeduid als massaliteratuur, ontsnappingsliteratuur, triviaalliteratuur, amusumentsliteratuur of populaire literatuur. Daaronder vallen dokters-, liefdes-, sciencefiction-, wildwest- en misdaadromans, maar ook vele week- en maandbladen vallen onder deze noemer."


"Literatuur is een evaluatieve term die een waardeoordeel inhoudt. Dit waardeoordeel
varieert naargelang plaats en tijd. De vraag is dus niet zozeer “wat is literatuur?” als “wat
wordt als literatuur beschouwd?”. Het begrip literatuur definiëren draait dus niet zozeer om de term zelf als om de sociaal-culturele achtergrond van degenen die het willen definiëren. Literatuur betekent steeds iets anders naargelang plaats en tijd. Hieronder 5 mogelijke definities van literatuur met daarbij een bedenking:
- literatuur = fictie. Ook niet fictionele teksten worden echter soms als literatuur beschouwd en veel fictionele teksten worden niet als literatuur beschouwd.
- literatuur = bijzonder taalgebruik. Een probleem hierbij is dat bijzonder of te poëtisch
taalgebruik ook in de reclame gebruikt wordt wat het minder bijzonder maakt.
- literatuur = esthetisch, niet-pragmatisch, maar de inhoud is in literaire werken ook van belang.
- literatuur = wat door kenners als literatuur beschouwd wordt.
- literatuur = lezenswaardige teksten"



Een boek wordt literair als het afstand neemt van het normale en toetreedt tot het delicate. Ik denk dat ik met dit 'axioma' de spijker op de kop sla. 
In mijn voldoening van het bedenken van het voorgaande, zou ik graag willen beginnen met de analyse van het boek en stel dan ook meteen: De Zoon uit Spanje, geschreven door Tessa de Loo, is ongetwijfeld literatuur.

Het boek is estethisch en niet-pragmatisch. De inhoud speelt in het verhaal ook een grote rol, maar dit gaat niet ten koste van het kunstzinnige en dat maakt het erg mooi. Het boek neemt onverwachte wendingen en houdt je op de hoogte van allerlei familie-intriges, dusdanig dat het niet voorspelbaar wordt. Dit is een belangrijk aspect voor een literair geschrift.

Verder is bijzonder taalgebruik overvloedig aanwezig in het boek. Je merkt duidelijk dat het een mooie, niet-alledaagse manier van taalgebruik is. Een citaat: 
"Alleen heb ik in plaats van een anonieme slapende priester liever een wakkere gesprekspartner op leeftijd, wiens mening ik hoogacht en die me van repliek dient. Iemand die ook van een goed glas houdt, maar toch helder genoeg blijft om op zijn beurt op te biechten wat ook hij in zijn leven in de omgang met anderen liever beter gedaan zou hebben, wanneer hem ene tweede kans was geboden. (…) Want dat we vanaf onze geboorte tot aan onze dood zijn voorbestemd de ene vergissing na de andere te begaan en dat alleen de wil er iets van te leren ons leven zin geeft."

Tot slot is het boek fictief, wordt het door kenners als literatuur beschouwd en is het absoluut lezenswaardig. Dit in combinatie met bovenstaande argumenten plus het feit dat het totaal niet in overeenstemming met de definities van lectuur overeenkomt, maakt dat ik het boek als volwaardig literair beschouw en ik kom dan ook op het volgende eindoordeel:





dinsdag 29 mei 2012

Klas 5: Betoog Verlichting, Kleine Gedigten voor Kinderen, Hieronymus van Alphen

Algemene gegevens
Hieronymus van Alphen, Kleine Gedigten voor Kinderen 
Eerste druk 1778
(J.G. van Terveen, Utrecht?)




Verslag


De verlichting in Nederland besloeg ongeveer de tweede helft van de 17e en de rest van de 18e eeuw. De stroming heeft als belangrijke pijlers rationaliteit en humanisme. In deze zelfde tijd, om precies te zijn 1778, werd door Hieronymus van Alphen Kleine Gedigten voor Kinderen uitgebracht, een verzamelbundel van moraliserende gedichten bedoeld voor kinderen. De bundel bestond uit drie eerder verschenen werken, waarvan de laatste twee een vervolg waren op het succesvolle, veelvuldig verkochte eerste deel.
Deze gedichten waren oorspronkelijk bedoeld voor Van Alphens eigen kinderen, maar omdat deze er zo weg van waren, besloot Van Alphen ze ook uit te geven. Meer dan twee eeuwen lang heeft Kleine Gedigten voor Kinderen een niet te onderschatten invloed gehad op het opvoedingsproces van kinderen in Nederland en het vormde belangrijke kinderliteratuur.


Naar mijn mening is Kleine Gedigten voor Kinderen een werk dat behoort tot de literaire stroming van de verlichting. Hiervoor zijn enkele argumenten aan te wenden.
Ten eerste is uit de gedichten van Van Alphen duidelijk op te merken dat hij streeft naar orde en regulering, in dit geval van de samenleving. Het doel van de schrijver is het bijdragen in de opvoeding van het kind en diens ontwikkeling naar een goed functionerend en handelend persoon in de gemeenschap volgens de in die tijd heersende moraal. Deze orde en regulering zijn een belangrijk kenmerk van de verlichting. Het bovenstaande kan worden bewezen met een van de beroemdste gedichten van Van Alphen:



De pruimeboom
Eene vertelling
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.



Hier is duidelijk het moraliserende proces te bemerken; Van Alphen probeert bij te dragen aan de opvoeding van kinderen.


Hierop sluit het volgende mooi aan: in de verlichting sprak men van de noodzakelijke aanwezigheid van een rationele en universele moraal, geldig voor het handelen van alle mensen op aarde en onafhankelijk van een godsdienst, die onder elke omstandigheid zou moeten worden nageleefd en gestimuleerd. Vooral dit laatste is goed terug te zien in dit boek van Van Alphen. Aanhangers van de verlichting hechtten grote waarde aan populariserend en pedagogische manieren om hun ideeën te verkondigen en dit boek is hier een goed voorbeeld van.


Tot slot is de 'tabula rasa' een belangrijke eigenschap van de periode van de verlichting. Een mens is bij diens geboorte een onbeschreven lei en wordt gevormd door opvoeding en overig milieu. Ook bij Van Alphen komt dit duidelijk naar voren. De gedichten gaan namelijk over allerhande pedagogische dingen. Dit blijft niet allen bij pruimen stelen, maar loopt uiteen van leren ("Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen?") tot eerlijk zijn ("Kom Keesje lief! hou op met krijten, Zei moeder toen: 'k Wil u dien misslag niet verwijten, Hij kreeg een zoen.")


Dit alles vormt evident bewijs dat de verzamelbundel Kleine Gedigten voor Kinderen van Hieronymus van Alphen te scharen is onder de literatuur van de verlichting. Er wordt gesproken van het naleven van regels, het naleven en stimuleren van de universele moraal en de welbekende tabula rasa en dit zijn enkele van de belangrijkste onderwerpen van het verlichte gedachtegoed. Van Alphens gedichten hebben nog lang invloed gehad op de pedagogiek in de Nederlandse samenleving en dit laat de waarde die aan het werk werd toegekend duidelijk zien. Tegenwoordig zouden de gedichten echter minder van toepassing zijn, omdat het gedachtegoed enigszins achterhaald is. 
Desalniettemin is met het bovenstaande bewezen dat Kleine Gedigten voor Kinderen inderdaad behoort tot de verlichting en hoewel de boodschap erachter er tegenwoordig misschien minder toe doet, is het nog steeds zeer vermakelijk om de gedichten eens door te lezen en ik beveel dit dan ook van harte aan.

Klas 5: Betoog romantiek, Max Havelaar, Multatuli

Type verslag: Stromingsbetoog romantiek.

Algemene informatie
Multatuli, Max Havelaar

Eerste druk 1860 
Zesde hertaalde druk, december 2011
©Gijsbert van Es, NRC Boeken
ISBN 978 90 79985 15 9
320 pagina's

Genre: Roman


Verslag
Max Havelaar of de koffiveilingen van de Nederlandsche Handels-Maatschappij kwam uit in 1860. Het is een semi-autobiografische roman geschreven door Eduard Douwes Dekker, beter bekend onder het pseudoniem Multatuli (Latijn: ik heb veel gedragen.) Hij is één der belangrijkste schrijvers uit de Nederlandse romantiek. 
Het verhaal begint als Droogstoppel, een koffiehandelaar uit Amsterdam, in het bezit komt van documenten met informatie betreft Nederlands-Indië, van ene Sjaalman, welke later Max Havelaar blijkt te zijn. Hij schrijft met behulp van deze Sjaalman en Stern, de zoon van een zakenrelatie uit Duitsland, die hij onderdak biedt, een boek. In dit boek uit Max Havelaar, assistent-resident van Lebak, een gebied op het Indonesische eiland Java, zijn ontevredenheid over de manier waarop de inlanders worden behandeld door het Nederlandse regime in Nederlands-Indië.

De roman werd geschreven in de romantiek. Deze periode liep ongeveer van 1770 tot 1880. De stroming is een reactie op verschillende voorgaande stromingen. Het verwerpt de strakheid van de verlichting en het accent ligt niet meer op het verstand zoals in het rationalisme, maar juist op het gevoel en de fantasie. Romantici waren niet tevreden met (de regels van) het huidige bestuur, zowel politiek als cultureel, en zodoende vertoonde men vaak vluchtgedrag. Een geliefd toevluchtsoord voor de romanticus was de natuur, waar hij zich verder dan de mensen verwijderd kon voelen en dichter bij het eeuwige. 
Andere mogelijkheden voor een romanticus om de werkelijkheid te ontvluchten waren het verleden, de godsdienst, humor die zich kon uiten in zelfspot, ironie en sarcasme. Ook de dood fascineerde romantici. Typerend voor de romanticus was dat hij graag zijn eigen persoonlijkheid zo scherp mogelijk afbakende tegenover de ‘burgers’, die zich aan de regels en de fatsoensmoraal van de maatschappij aanpasten. 
Het voornaamste kenmerk van deze periode is het verlangen om zich via het gevoel zo volledig mogelijk uit te leven. Vaak schiep de schrijver zich hierbij een gefantaseerde, tweede werkelijkheid, teleurgesteld als hij was door de alledaagse werkelijkheid om zich heen. 

Het boek Max Havelaar behoort tot de stroming der romantiek. Dit is gemakkelijk te zien aan verscheidene zaken. 
Ten eerste blijkt dit uit het feit dat het personage Max Havelaar, de hoofdpersoon, zelf een romantisch mens is. Dit is sterk op te maken uit de karakterbeschrijvingen die van hem worden gegeven. Hij is “ridderlijk en moedig”, hij wil onrecht herstellen, hij is gevoelig voor liefde en aanhankelijkheid en hij heeft onvrede met de huidige samenleving, bestuur en gemeenschapsmoraal. Dit zijn eigenschappen die wijzen op een romantisch persoon. Deze worden nog eens extra versterkt door de contrastering met het karakter Droogstoppel, die bijna totaal tegengesteld is aan dat van Max Havelaar.

Ook wordt in het boek duidelijk het gevoel boven de ratio, het verstand, geplaatst. Er wordt in het boek voortdurend sympathie gewekt voor Max Havelaar en Stern en een afkeer voor de rationalistische Droogstoppel. ("Halt, ellendig produkt van vuile geldzucht en godslasterlyke femelary. Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen…ik walg van myn eigen maaksel: stik in koffie en verdwyn!") Dit afstoten van het rationalisme is een wezenlijk kenmerk van de romantiek.

Tot slot vinden wij een evident bewijs voor de stelling in de overvloedige aanwezigheid van opstandigheid en ontevredenheid. Het begin van het boek is gelijk al een aanklacht en brengt duidelijk de spelende onrechtvaardigheid in beeld. Daarna is er natuurlijk de kern van het boek, waarin Max Havelaar zijn ontevredenheid over de behandeling van de inlanders in Nederlands-Indië beschrijft en daar uiteindelijk ook tegen in opstand komt door een aanklacht in te dienen tegen de regent Karta Nata Negera bij de gouverneur-generaal. (Hij krijgt geen gelijk dus hij voelt zich gedwongen ontslag te nemen en hij gaat weer terug naar Europa, wegvluchtend van zijn problematische tijd in Nederlands-Indië). Het boek is geschreven vanwege Multatuli’s onvrede met de situatie in Nederlands-Indië op dat moment, deze onvrede en het uiten van deze onvrede door opstandigheid is zeer typerend voor de romantiek.

Er zijn lieden die beweren dat de Max Havelaar tot de in die tijd opkomende stroming van het realisme moet worden gerekend. De roman bevat immers ook enkele kenmerken van deze stroming. In de romantiek was het gewoonlijk om de ontevredenheid te uiten in een onwerkelijke para-wereld, het verleden of de natuur, maar in deze roman wordt heel nauw de werkelijkheid weergegeven: de schrijver heeft een wereld gecreëerd die duidelijk gebaseerd is op de waarheid.

Ondanks dat er ook een deel realisme aanwezig is, is Max Havelaar van Multatuli echter toch overduidelijk grotendeels representatief voor het gedachtegoed van de romantiek, want de hoofdpersoon is in veel opzichten een romantisch mens, in het boek wordt het gevoel duidelijk boven de ratio geplaatst en het is geschreven uit onvrede, die ook duidelijk in het boek naar voren komt. 
Als u op zoek bent naar een klassiek boek, goed geschreven en vooral origineel, dan kan ik u vertellen dat dit de dochter is van het Nederlandse, romantische literatuurgedachtegoed, welke ik u ten zeerste aanraadt minstens ééns te lezen.